Bij zwartbonte koeien denken de meeste mensen toch vooral aan Nederland. Maar Joachim Westerveld, een Nederlandse ondernemer, dacht aan Pakistan.
Een lichte mistdeken hangt over het noordoosten van Pakistan, in Sheikhupura. Twintig boeren in salwar kameez, een ruimzittende Pakistaanse broek met overhemd, zitten in een kring op plastic stoelen op het stoffige binnenterrein van een boerderij. Op de achtergrond klinkt getjilp van vogels en een stem uit een luidspreker roept op voor het gebed.
Joachim Westerveld staat aan het hoofd. In overeenstemming met de Pakistaanse beleefdheidsnormen valt hij niet meteen met de deur in huis. Hij praat over het weer en zegt blij te zijn dat het hier tenminste warmer is dan in Nederland. Dan komt hij ter zake. "Alleen met goede stieren kan je kalveren fokken die later veel melk geven", zegt hij. De boeren luisteren aandachtig.
Stierensperma
Het sperma van die stieren - waaronder veel Nederlandse dieren - levert zijn bedrijf Profarm Pakistan, een samenwerkingsverband tussen zijn bedrijf The Blue Link, dat zich bezighoudt met ondernemen in ontwikkelingslanden en CRV, dat handelt in stierensperma. Het Nederlandse ministerie van Economische Zaken steunde de opstart financieel.
Westerveld kwam op het idee om in Pakistan sperma te verkopen tijdens een bezoek aan zijn schoonvader, die vroeger directeur was van een internationaal voedingsmiddelenconcern in Pakistan. Hij ontdekte dat Pakistaanse koeien maar zes of zeven liter melk per dag geven. Een Nederlandse koe geeft gemiddeld vier keer zo veel. Dat zou kunnen verbeteren als Pakistanen betere koeien fokken.
Enorme markt
En dat willen de Pakistaanse boeren wel. Melk is business. Er is een tekort en dat drijft de melkprijs op tot boven die in Nederland. Bovendien groeit het tekort door ondermeer de aanwas van de bevolking. Nu zijn er 180 miljoen Pakistanen, maar in 2025 zal het aantal gegroeid zijn tot 250 miljoen, volgens schattingen van de Wereldbank.
"Ook urbanisatie speelt een rol", zegt Westerveld. In de steden kunnen mensen geen koe houden, dus kopen ze melk van straatverkopers of kopen melkpakken in de winkel. Ondertussen zijn er maar weinig bedrijven die boeren helpen met fokken. "Het is een land met een enorme markt, die eigenlijk helemaal niet bediend wordt. Als ondernemer is het fantastisch om in zo'n land met zo'n bedrijf aan de slag te gaan."
Safari
Ondanks dat Westerveld boven de boeren uittorent en een andere taal spreekt, wordt hij wel geaccepteerd. Dat komt omdat Nederlandse koeien goed bekend staan, maar ook omdat hij zich opstelt als zakenpartner, zegt hij zelf. Hij observeert zonder te beoordelen. Adviezen geeft hij niet ongevraagd.
Misschien komt dat door zijn buitenlandervaring. Zijn vader had in Kenia een safaribedrijf, waar hij iedere zomer vertoefde. Maar zo'n bedrijf bleek niet aan hem besteed. Tijdens zijn studie geschiedenis raakte hij betrokken bij een noodhulporganisatie van studenten voor Joegoslavië. Samen met een studiegenoot en huidige zakenpartner reed hij zelf het busje met hulpgoederen.
Hij werkte voor War Child in Soedan, waar hij zijn Nederlandse vrouw ontmoette. Daarna had hij banen bij de Verenigde Naties in Eritrea en in Guinee voor een noodhulpproject. Na een paar jaar ging hij aan de slag bij Vluchtelingenwerk in Nederland.
Maar hij wilde projecten opzetten waarmee mensen in ontwikkelingslanden zichzelf konden ontwikkelen. Het werd een investeringsbank in Kenia en kort daarna begon hij ook met de spermaverkoop in Pakistan.
Aanslagen
Sinds 2009 woont Westerveld in Lahore, met zijn vrouw, 4-jarige dochter en 2-jarige zoon. Deze noordoostelijke stad was vorig jaar het toneel van dodelijk aanslagen, onder andere op een politietrainingscentrum, een markt en het cricketteam. De scholen zijn als gevolg van het geweld even dicht geweest. "Dat was een heel kritisch moment. Je leven staat dan echt op zijn kop", zegt Westerveld. Maar zijn gezin heeft zelf nooit iets naars meegemaakt. Dat verwacht hij ook niet. "Maar als wij als westerlingen een hoger risico gaan lopen, dan zijn we weg", zegt hij.
Vredelievend
Buitenlandse relaties staan meestal niet te springen om langs te komen. Maar als ze dat wel doen zijn ze bijna zonder uitzondering verrast, zegt hij. "Mensen zijn zo vriendelijk en het eten is zo lekker, zeggen ze dan."
Mensen buiten Pakistan kijken vaak verschrikt op als hij zegt waar hij woont. "Je moet steeds uitleggen dat 99 procent van de Pakistanen vredelievend is en hoopt dat hun kinderen het beter krijgen dan zij.' Het zijn net normale mensen", grapt hij.
Meer interessante verhalen lezen? Abonneer je op het gratis WereldExpat Magazine



















