“What is that!” zegt Michelle terwijl ze haar neus ophaalt en een vies gezicht trekt. “Poffertjes. Kleine Nederlandse pannenkoeken”, leg ik in het Engels uit. Dit is hetzelfde rijkeluiskindje dat ook aanwezig was op Luna’s slaapfeestje een paar maanden geleden. Ik vind haar nog steeds een verwend kreng, maar blijf beleefd en aardig. “Wil je er eentje proberen?”
Michelle kijkt naar een vriendinnetje dat naast haar staat en ze beginnen samen te giechelen. “No-oh, thank you. We’d rather have real pancakes at the American stand.” Voor een kind op een internationale school, vind ik Michelle ontzettend kortzichtig.
Het is vandaag International Day op de school van de kinderen. Ik sta voor twee uurtjes achter de ‘Holland stand’. Aan het eind van het jaar organiseert de school een dag waar vrijwel ieder land waarvan een leerling op school zit, vertegenwoordigd is met een stand. Daar kun je typische dingen uit dat land kopen, zoals eten, snoep en souvenirs. Sommige landen hebben zelfs een speciaal spel verzonnen. Zo kun je bij de Britten op een paardenrace wedden die ze van te voren hebben opgenomen. Straks, als alle weddenschappen zijn afgesloten, projecteren ze de race op een scherm naast de stand. De opbrengsten van alle stands gaan dit jaar naar de verbouwing van de bibliotheek.
Uiteraard wordt alles georganiseerd door de ouders. Wij staan achter de stands terwijl de kinderen volop genieten. Sem en Luna lopen ergens met een paar zakcenten rond en Marcel is aan het voetballen in een vaders-tegen-zonen-wedstrijd.
Ik sta buiten te puffen op het schoolplein. Weliswaar heeft onze stand een overkapping, maar ook in de schaduw is het eigenlijk te warm om poffertjes te bakken.
“Allee, mijn straf zit erop. Nu kan ik plezier maken.” Lieke is achter haar eigen stand vandaan gekomen en gooit haar schort af.
“Jullie stand is wel populair.”
“Amai, tuurlijk”, zegt Lieke sarcastisch. “Wij hebben de patat uitgevonden.” Ze ruikt aan de mouw van haar shirt. “Na twee uur staan bakken riek ik nu wel naar frietkot. Gelukkig heb ik een proper shirt meegenomen. Ik kleed me om en ga dan achter bij het voetbalveld zitten. Ik zie je daar subiet als je hier klaar bent.”
Lieke loopt weg en ik keer me om naar mijn twee lotgenoten achter de poffertjespannen. Het is rustig, dus ik kan gezellig kletsen met de moeder en vader van een nieuwe Nederlandse jongen uit Sems klas. Terwijl we met elkaar discussiëren over het nieuwe paspoort, begint er opeens een groep mensen tussen de stands rennen. Er is weinig ruimte, dus dat lijkt me niet handig.
Dan zien we dat ze niet zomaar rennen. Voor de meute uit racet een teckel onze stand voorbij. “Schnitzel, come back here right this minute. Please, someone stop that dog.” Een hevig zwetende dikke man – hoogstwaarschijnlijk de eigenaar – rent ons nu voorbij, gevolgd door een groep van zo’n twintig man. Ik herken Johan, een negenjarig jongetje met blonde krullen dat bij Sem in de klas zit.
Met een brede grijns kijkt hij onze kant uit en roept al rennend: “Mama, het is net als de Nederlandse tongue twister.”
De vrouw naast me roept lachend terug, “Ja, schatje, dat klopt.”
“Wat zegt hij”, vraag ik nietbegrijpend. “Wat is een tongue twister?”
“Het is…uh…” ze knipt twee keer met haar vinger. “Uhh…goh ik woon hier pas drie jaar en ik ben nu al mijn Nederlands aan het verleren… een…uhh… bekkenbreker!”
“Een tongbreker,” corrigeer ik als een schooljuf. “En wat is het verband met de teckel als ik vragen mag?”
Het beestje is de meute te snel af en vliegt nu het voetbalveld op. Hij krijgt bijna de bal op zijn neus. De teckel heeft wel zin in een spelletje. Hij verandert van koers en rent nu enthousiast achter de bal aan. Opeens zijn de twee elftallen ook bij de race om de teckel te vangen betrokken.
De moeder van de tongbreker praat ondertussen door. “We hebben Johan en de meiden er gisteren toevallig eentje geleerd: ‘Als jouw teckel onze teckel tackelt, tackelt mijn teckel jouw teckel terug’.”
“Nou,” zeg ik lachend, “deze teckel wordt getackeld door de helft van de Adjudaanse internationale school.”
Nu glipt de teckel handig tussen de benen van verschillende mensen door en ziet weer kans te ontsnappen. Ik krijg zin om mee te doen aan deze teckeljacht. Maar de poffertjespan kan niet zonder ons wakend oog.
Gelukkig weet ik ook nog een paar leuke tongbrekers. LoesjeleerdeLotjelopenlangsdelangelindenlaan en KnaapdekapperkniptenkaptheelknapmaardeknechtvanKnaapdekapperkniptenkaptveelknapperdanKnaap-dekapperkniptenkapt. “Ken je deze?”vraag ik ten slotte. “Als een potvis in een pispot pist, heb je een pispot vol met potvispis en is die potvis pot dan zit de pispot vol met pottenpotvispis.”
Daar kwam Sem aan het einde van vorig schooljaar mee thuis. Hij en Luna hebben het de hele vliegreis hierheen zingend geoefend.
“Die ga ik mijn kinderen ook leren,” lacht Johans moeder.
Voordat ik kan reageren, zien we de teckel terug onze kant uitkomen. Hij schiet onder onze tafel door en rent het achtergelegen gangetje in tussen de twee delen van het schoolgebouw. Voordat we er erg in hebben komen van beide kanten volwassenen en kinderen langs de tafel gesprint in hun wilde achtervolging van de teckel.
“De tafel”, roept de moeder van de tongbreker in paniek. Met z’n drieën grijpen we de tafel vast om te zorgen die niet in alle commotie omver wordt gelopen. Ik probeer nog de kom met poffertjesdeeg te redden, maar ben niet snel genoeg. Het deeg druipt over de elektrische kookplaat en begint onmiddellijk te sissen en aan te koeken.
Als de stormloop is gepasseerd beginnen we meteen te redderen. Terwijl ik met een theedoek op de kookplaat boen, stijgt er vanachter het gebouw gejuich en applaus op.
“Ik vermoed dat Schnitzel zijn vrijheid weer kwijt is”, lacht Johans moeder.
Wat verder naar rechts van het schoolgebouw zien we het meestal zo stugge oudere Ierse schoolhoofd in de richting van het voetbalveld lopen. Hij houdt de teckel triomfantelijk hoog boven zijn hoofd. Achter het duo paradeert een stoet van minstens vijftig mensen.
Johan verlaat de groep en komt naar onze stand gerend. “Mama, mama. Mister O’ Connor heeft de teckel getackeld.”
“Heel goed,” lacht zijn moeder. “Wil je dan nu een poffertje uit onze potvissenpoffertjespan?”
(m.m.v. Vanessa Deij).



















Nieuwe reactie inzenden