De Wereldomroep praat met prominente Nederlanders over hun vakgebied, Nederland en de actualiteit. In het achttiende deel van de serie auteur Marcel Möring over de vervlakking van de literatuur en de vervlogen beloftes van de jaren zestig en zeventig. 'De belofte dat we de wereld beter zouden kunnen maken hebben we echt spectaculair opgegeven. Wat is overgebleven is een calculerende burger.'
Een boek schrijven. Het is een droom van velen. Maar vaak blijft het bij die droom. Toen Marcel Möring in 1987 tijdens een persreis naar Manchester vertelde dat hij schrijver wilde worden, klonk dat simpelweg geloofwaardig. Wat me opviel was zijn vastberadenheid. Drie jaar later debuteerde hij met Mendels erfenis, waarvoor hij een belangrijke literaire prijs kreeg. Er volgden nog meer boeken en ook essays.
Tweeëntwintig jaar na onze eerste ontmoeting tref ik hem in zijn woning in Rotterdam. Een groot statig pand niet ver van het Centraal Station. Buiten racen de auto's voorbij, binnen heerst rust. Zijn huis is de plek waar hij het liefst vertoeft. "Ik heb heel veel last van heimwee. Ik ga niet graag van huis. Dat had ik als kind al. Ik vond het onplezierig om op schoolreisje te gaan."
Geborgenheid
Binnenkort moet de auteur toch even naar Duitsland. "Mijn boek Dis komt nu ook uit in Duitsland. En in het Schotse Edinburgh zal ik later dit jaar een lezing geven." Zijn huis, het thuis zijn, is dus heel belangrijk voor Möring. Weggaan maakt hem soms letterlijk ziek. "Het heeft te maken met geborgenheid. Ik voel me dan blijkbaar toch niet veilig. Daar is weinig reden toe. Maar het is toch zo."
Ontheemd zijn is ook een belangrijk thema in zijn boeken. Evenals zijn Joodse achtergrond. Möring (Enschede, 1957) hoopt dat zijn lezers de diepte van zijn werk zien. "Dat ze niet alleen zien dat het een verhaal is, maar dat ze ook zien dat het een verhaal is met diepe wortels." En omdat er in Nederland sinds de Boekenweek in maart een discussie rondwaart over de vervlakking van de Nederlandse literatuur vraag ik waaraan literatuur moet voldoen. "Dat is niet aan mij. Mensen weten wanneer ze literatuur lezen."
Nietsnutten
De discussie werd in maart aangezwengeld door schrijfster Connie Palmen tijdens het Boekenbal, het feest dat de jaarlijkse Boekenweek inluidt. Palmen zei over de nieuwe generatie schrijvers zoals thrillerauteur Saskia Noort: Scheer je weg uit het land van de literatuur, nietsnutten!" Het incident bleef niet onopgemerkt. Deze storm in een glas water mondde uit in een heuse discussie in de media. Want wanneer is een roman literatuur en wanneer slechts lectuur? Marcel Möring meent dat het net zo'n soort discussie is als over kunst. "Dat weet je als je ervoor staat."
Het is onmogelijk om vast te leggen waar kunst en literatuur aan moeten voldoen. "Ik vind niet dat dat gedefinieerd moet worden." Toch mist hij iets in de hedendaagse literatuur: "De durf om juist dingen te doen die anders zijn. Er gebeuren wel andere dingen. Maar hedendaagse literatuur gaat daar niet over. Het is hip, vlot en hedendaags, waardoor het een soort journalistiek is geworden." Er wordt volgens hem te veel naar de tijdgeest geluisterd. "Dat hoeft niet. Daar hebben we de journalistiek voor, en de fotografie en de televisie."
Connie Palmen zei het dan misschien niet zo charmant, maar ze had wel ontzettend gelijk, zegt Möring. "Er wordt te veel op het midden van de markt gemikt." Ook de verzakelijking bij de uitgevers is daar debet aan. "Uitgevers zijn tot grote concerns gaan behoren en gedwongen een bepaald rendement te behalen." En dat terwijl een boek nu eenmaal een heel onzeker product is. "Dat al dan niet gewaardeerd wordt. Het is geen tandpasta waarbij je de formule kunt wijzigen. Dit product bestaat ook maar één keer. Het wordt één keer aangeboden."
Stop met privatiseren
De verzakelijking van de maatschappij is sowieso een punt van ergernis bij Möring. Vandaar dat hij roept "stop met privatiseren" op de vraag waar hij ongevraagd advies over zou willen geven. De kentering kwam volgens de auteur na de crisis in de jaren 80 van de vorige eeuw. "Uit besparingsoverwegingen is het sociale gebouw toen afgebroken." De onderlinge solidariteit vervloog, en dat terwijl we er van doordrongen moeten zijn dat alleen solidariteit ons kan redden.
Möring zegt enorm teleurgesteld te zijn in de belofte waarmee hij is opgegroeid. "De belofte van de jaren zestig en zeventig dat we de wereld beter zouden kunnen maken. Dat hebben we echt spectaculair opgegeven. Er is eigenlijk alleen nog maar een calculerende burger. Gestimuleerd door de overheid, want dat is goedkoper, zegt hij, doelend op de privatiseringsgolf onder (Nederlandse) bedrijven. "De dingen die van ons waren, KPN en het gas, licht en water. De solidariteitsmaatschappij. Dat is allemaal weg. Dat stelt me enorm teleur."
En om nog een keer terug te komen op de gevolgen van de door hem zo verfoeide privatiseringsgolf: "Haal die bedrijven allemaal terug. Beheer ze. Het is ons erfgoed. Het maakt niet uit of je er verlies op lijdt. Op kwaliteit lijd je vaak verlies. De kwaliteit is de winst."














Nieuwe reactie inzenden