Stichting NOB
In de dertig jaar van het bestaan van de Stichting NOB verdrievoudigde het leerlingental tot ruim 12.000 kinderen. 70% daarvan volgt NTC-onderwijs, naschoolse lessen in Nederlandse taal en cultuur. Vrijwel overal ter wereld kunnen kinderen les krijgen in Nederlandse Taal en Cultuur. Er zijn momenteel ruim 800 leerkrachten die in het buitenland Nederlands onderwijs geven.
Bijna 70 procent van de Nederlandse kinderen die in het buitenland Nederlandse lessen volgen doen dat in deeltijd. Ze zitten bijvoorbeeld op een internationale of lokale school, maar proberen hun Nederlands op peil te houden door een paar uur per week lessen in hun 'moerstaal' te volgen. Iets meer dan 20 procent van de Nederlandse leerlingen in het buitenland volgen volledig Nederlands onderwijs ter plekke (op locaties waar van oudsher grote groepen Nederlanders wonen, zoals Curaçao, Aruba, Jakarta en Singapore) en bijna 13 procent volgt afstandsonderwijs (bijvoorbeeld via e-mail).
Aandacht voor Nederlands
Tijdens de jaarlijkse professionaliseringsdagen van Stichting NOB voor leerkrachten die in het buitenland les geven, zegt menig docent dat de leerlingen die op NTC-scholen zitten, dus slechts zo'n drie uur per week Nederlandse les volgen, ook thuis moeten oefenen. 'Het is belangrijk dat er thuis ook aandacht is voor de Nederlandse taal', zegt Therese van Bohemen die in Parijs Nederlandse les geeft. 'De herhaling van de taal, die kunnen wij te beperkt geven.' Ook Herman de Lotteman die in Portugal les geeft, zegt dat als er sprake is van tweetaligheid thuis en er weinig aandacht is voor het Nederlands het onmogelijk is om de taal te leren. 'Drie uur per week is dan te weinig om de taal te leren. Dat is onmogelijk. Vooral de woordenschat is dan een probleem en deze kinderen hebben dan ook moeite met de spelling.'
De Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland (NOB) bestaat op de kop af 30 jaar. De groei vlakt af, maar de scholen floreren, zegt NOB-directeur Lianne Dekker. 'Ik wou dat er hier in Den Haag voor mijn kind een school was als de Nederlandse school in Singapore.'
Ook al is er sprake van een dipje, per saldo groeit het aantal leerlingen dat in het buitenland Nederlands onderwijs volgt. Begin dit jaar werd de 12.000 gepasseerd. Voor volgend jaar rekent de Stichting NOB op een beperkte stijging tussen de nul en één procent.
Directeur Lianne Dekker van de Stichting NOB is allerminst somber. 'De daling geldt voor Nederlandse scholen in landen die een tik hebben gekregen door de economische crisis, zoals Dubai. Maar daar staat groei tegenover in bijvoorbeeld de VS, Zuid-Afrika, Tsjechië en Finland, dus het blijft aardig in evenwicht.'
NTC-onderwijs
In de beginjaren van de Stichting NOB lag de nadruk op dagonderwijs. In de jaren negentig van de vorige eeuw begon het aantal Nederlandse leerlingen in het dagonderwijs in het buitenland terug te lopen. 'In die jaren zag je ook een duidelijke start van het NTC-onderwijs, de Nederlandse Taal en Cultuur scholen', zegt de huidige directeur.
Zijn de Nederlandse kinderen meer wereldburgers geworden? 'Precies', zegt Lianne Dekker. 'Ouders gaan met hun kinderen bijvoorbeeld van Singapore naar Tokio. En daar is geen volledig Nederlands onderwijs.'
Noodzakelijker
Sinds het aantreden van Lianne Dekker bij de Stichting NOB, nu negen jaar geleden, heeft het Nederlandse onderwijs in het buitenland niet aan belang ingeboet, volgens de directrice. Ze vroeg zich bij haar aantreden af hoe lang de Nederlandse lessen in het buitenland nog noodzakelijk zouden zijn. De wereld wordt immers steeds internationaler en iedereen lijkt Engels te spreken.
'Grappig genoeg heb ik gemerkt dat het Nederlandse onderwijs in het buitenland alleen maar noodzakelijker is geworden. Als je je eigen taal en cultuur beheerst, kun je ook makkelijker een andere taal leren en je makkelijker bewegen in andere culturen.'
Ouders kiezen ook voor Nederlands onderwijs zodat de kinderen later - als ze teruggaan naar Nederland - kunnen aarden in hun vaderland. Dekker: 'Dat heb ik bijvoorbeeld veel gezien bij kinderen met een of twee Nederlandse ouders op Curaçao. Ik denk dat taal en cultuur onvermijdelijk met elkaar verbonden zijn. Je kunt cultuur moeilijker aanvoelen als je de taal niet beheerst.'
Verruwing
Leerlingen die na een paar jaar in het buitenland terugkomen naar Nederland - om hier bijvoorbeeld vervolgonderwijs te volgen - moeten volgens de NOB-directeur wennen aan de veranderingen die hebben plaatsgevonden in de Nederlandse samenleving.
'De aansluiting qua kennis verloopt al snel goed. Het is moeilijker als het gaat om de omgangsvormen, de verruwing van onze samenleving.' Dat is soms erg wennen voor leerlingen die een tijdje op een internationale school hebben gezeten in een ander land.
Losser en interactiever
Lianne Dekker juicht het toe als kinderen tijdens hun vakantie teruggaan naar Nederland. Helemaal als ze daar de laatste week of laatste twee weken doorbrengen op een school om zo het 'Nederlandse schoolgevoel' te krijgen. Veel scholen werken daaraan mee, volgens de NOB-directeur.
Wat typeert dan het Nederlandse onderwijs? 'Het Nederlandse onderwijs is losser en interactiever dan het internationale onderwijs', zegt Dekker. 'En je eigen mening vormen. Dat is zo ongelooflijk Nederlands.'
CITO
De Nederlandse scholen in het buitenland doen het over het algemeen goed, zegt Dekker. Dat blijkt niet alleen uit de rapporten van de Onderwijsinspectie. 'Onder de topscorers bij de CITO-eindtoets zit altijd wel een Nederlandse school in het buitenland. Dit jaar waren het er twee, de NIS in Jakarta en de Prins Willem-Alexander-school in Woking.
Sommige Nederlandse scholen in het buitenland zijn zo goed, dat Dekker er graag haar eigen kind naartoe zou willen sturen. Bijvoorbeeld naar de Hollandse School in Singapore, die dit jaar haar 90-jarig bestaan viert, maar gretig nieuwe pedagogische inzichten toepast.
'Deze school krijgt maar een fractie van het geld, dat een school in Nederland krijgt. Een tiende. De docenten komen in hun vrije tijd, op eigen kosten naar de bijscholingsdagen. Ik wou dat de docenten in Nederland iets van die spirit zouden hebben. De Nederlandse overheid beseft niet dat ze met de scholen in het buitenland voor een dubbeltje op de eerste rang zit.'

























Nieuwe reactie inzenden