Het Nederlandse opsporingsteam voor kinderporno krijgt dit jaar een dubbel aantal medewerkers: 150. Het is een illusie te denken dat het misbruik kan worden uitgebannen. Maar door nieuwe software gaat het speurwerk sneller en efficiënter en is het psychisch minder belastend voor rechercheurs.
De leider van het landelijke kinderpornoteam, Peter Reijnders, trok een jaar geleden aan de bel. 'Het probleem is dat de hoeveelheid beschikbare kinderporno enorm toeneemt. En dat heeft alles te maken met de beschikbaarheid van internet. Daar waar mensen vroeger in het geniep kennis konden krijgen van kinderpornografisch materiaal, kan dat nu via internet.'
Digitale rechercheurs
In het team is het aantal speciale digitale rechercheurs – de internetdeskundigen - verdubbeld tot veertig. 'Ik ben ervan overtuigd dat we de aanpak een flinke 'boost' kunnen geven, veel meer verdachten gaan aanhouden', zegt Reijnders. 'Daarnaast zullen we hier ook in de preventieve sfeer iets aan doen, met de reclassering, de gezondheidszorg en andere partners. We kunnen het niet alleen met repressie af.'
Het team richt zich zowel op netwerken als op de individuele downloader, omdat achter iedere downloader weer een netwerk kan zitten dat zich tot in het buitenland vertakt. Volgens Reijnders is het een misverstand dat mensen die zich met kinderporno bezighouden vooral uit zwakkere sociale milieus komen. 'We zien een dwarsdoorsnede van de maatschappij.'
Efficiënt
Voor het werk is veel technische kennis vereist, want verspreiders en downloaders van kinderporno gebruiken de nieuwste technieken om hun praktijken verborgen te houden. Gelukkig groeien de opsporingstechnieken mee met die ingewikkeldheid en met de omvang van het probleem.
Zo is het niet meer nodig om alle beelden die bij een verdachte worden gevonden achter elkaar door te nemen, vertelt recherchekundige Maaike de Sousa, die deel uitmaakt van het team, op de Nederlandse radio.
'Vroeger, toen de techniek nog niet zo ver was, was het een kwestie van videobanden in het apparaat stoppen en almaar doorspoelen en kijken. Dat kost ontzettend veel tijd. Nu maken we gebruik van softwareprogramma's die al dingen voor ons voorselecteren en allerlei dingen alvast voor ons doen.
We kunnen heel snel selecteren en werken op dat apparaat. Dat haalt bijvoorbeeld alle afbeeldingen uit een gegevensdrager en daarnaast wordt al geregistreerde kinderporno herkend.' Zo hoeft alleen het onbekende materiaal verder worden bekeken, aldus De Sousa.
Reijnders noemt nog een voordeel van deze software: de rechercheurs hoeven niet meer uren achtereen naar dit soort gruwelijke beelden te kijken. 'Psychologen bieden de rechercheurs van tijd tot tijd ondersteuning om dit werk te kunnen doen. Maar door die apparatuur en software wordt het allemaal wat minder emotioneel belastend. En dat is alleen maar prima.'
Robert M.
De aandacht voor kinderporno en kindermisbruik in Nederland nam sterk toe nadat in december 2010 de 'Amsterdamse zedenzaak' aan het licht was gekomen. De uit Letland afkomstige crèchemedewerker Robert M. bleek zich schuldig te hebben gemaakt aan het misbruiken van zeker tachtig kinderen die aan hem waren toevertrouwd. Beelden daarvan doken op in de Verenigde Staten.

















Nieuwe reactie inzenden