In het 21ste deel van de serie gesprekken met prominente Nederlanders spreekt de Wereldomroep met PvdA-Kamerlid Khadija Arib. De politica vertelt over haar jeugd in Casablanca, haar aankomst in Nederland, de kale man van de PvdA en de commotie over haar twee paspoorten. Khadija Arib rent de trap op om boven haar leesbril te halen. Vervolgens leest ze de eerste zinnen uit haar boek 'Couscous op zondag' dat sinds kort in de boekhandels ligt: 'Het was maart, het begin van de lente. Bij aankomst in Nederland verwachtte ik overal bloemen. Precies zoals op de ansichtkaarten die mijn vader mij stuurde toen ik nog in Casablanca was...'
Vijftien was Arib toen ze in Nederland arriveerde. Haar vader was een paar jaar eerder naar Nederland vertrokken. Vader Arib werkte in een grote wasserij in Schiedam. Zijn verblijf in Nederland was niet tijdelijk, zoals eerder het plan was. Hij bleef. En met hem nog veel andere gastarbeiders uit Marokko en Turkije die vervolgens hun gezin lieten overkomen. "Net als veel gastarbeiders was het de bedoeling van mijn vader om hard te werken en te sparen en dan terug te gaan naar zijn geboorteland. Maar die droom is nooit gerealiseerd."
Een plek verwerven
Het boek ‘Couscous op zondag’ schreef Khadija Arib (1960) vanuit de behoefte om iets over haar eigen achtergrond op papier te zetten. Die behoefte werd groter naarmate de discussie over integratie heftiger werd. "In Nederland werd vaak en nog steeds gesproken over Marokkanen in negatieve zin. Het klimaat in Nederland is verhard. De Marokkaanse gemeenschap moet het ontgelden. In de discussie werd vaak op een hele gemakzuchtige manier over mensen gesproken die hier al jaren verblijven. De meeste mensen hadden naar mijn mening geen beeld van hoe de werkelijkheid is. Hoe de gezinnen waarmee ik was geëmigreerd - net als ikzelf - al die jaren op eigen kracht probeerden een plek in de samenleving te verwerven."
Na haar eerste jaren in Rotterdam Noord ging Arib naar de Sociale Academie en later naar de Universiteit om sociologie te studeren. Ze werd sociaal werkster en later onderzoeker. En ze was medeoprichter van de Marokkaanse Vrouwenvereniging in Nederland.
In 1998 maakte Arib de overstap naar de politiek. Voor de PvdA zit ze in de Tweede Kamer. Dezelfde partij waar Joop den Uyl indertijd politiek leider was. De vader van Arib zag hem als een held. "Mijn vader had het thuis altijd over die kale man. Dat was Den Uyl. Voor hem was dat de man die het opnam voor de mensen in een zwakke positie, een held. Hij wist volgens mij niet eens wat die partij voorstelde en wat het verschil was (tussen de verschillende partijen), maar hij was wel het symbool van iemand die zijn nek uitstak voor de zwakken."
Zelf koos ze vooral voor de PvdA omdat het idee van internationale solidariteit haar aansprak; de strijd tegen de apartheid in Zuid-Afrika en de dictatuur in Zuid-Amerika. “Ik vond de PvdA de partij die daar goede opvattingen over had.” In de politiek zette ze zich in voor de belangen van migrantenvrouwen, de gezondheidszorg in Nederland en recent voor het instellen van een kinderombudsman. “Een soort Ombudsman, maar dan echt voor minderjarigen. Ik zie dat enorm veel ouders tegen allerlei instellingen moeten opboksen zoals de raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg en uiteindelijk aan het kortste eind trekken. Dan moet er een onafhankelijk iemand zijn die vanuit de belangen van kinderen redeneert en dat is dus de Kinderombudsman.”
Moeilijke periode
De periode na de aanslagen op 11 september 2001 in de VS en later de moord op Pim Fortuyn en filmmaker Theo van Gogh luidden een moeilijke periode in. “Een van de moeilijkste perioden die ik in Nederland heb meegemaakt”, zegt Arib. “Terwijl er vroeger werd gesproken over Marokkanen en Turken, wordt er nu maar al te vaak gesproken over moslims. En die moeten zich – zo lijkt het – collectief verantwoorden, collectief afstand nemen. Je wordt in een hoek gedrukt. Je wordt gezien als iemand die daar deel van uitmaakt.”
Wilders
De naam van PVV-voorman Geert Wilders komt niet één keer voor in het boek van Arib, ook al heeft ze nogal wat strijd met hem gevoerd in de Tweede Kamer. De politica vertelt dat ze daar bewust voor heeft gekozen. “Ik heb hem niet genoemd, omdat het niet om hem als persoon gaat. Het gaat om zijn gedachtengoed. Het idee dat mensen die een dubbele nationaliteit hebben, dubbel loyaal zijn en daarmee eigenlijk niet loyaal aan Nederland. Een soort spionnen. Dat is helaas niet alleen de gedachte die bij de heer Wilders leeft, maar ook bij anderen.”
Dat ze niet loyaal zou zijn aan Nederland begrijpt Arib niet. “Dus al die jaren dat ik me in de Tweede Kamer heb ingezet voor ouderenzorg, voor zwangeren, voor gehandicapten, dat telde allemaal niet.” Marokko en Nederland zijn beide belangrijk voor haar. Maar er bestaat niet zoiets als een dubbele identiteit. Beide landen hebben haar gevormd: “Je kan geen dubbele identiteit hebben Ik heb ze allebei in mij.”
Een Marokkaanse cabaretier in Frankrijk heeft dat een keer goed verwoord volgens Arib: “Hij zei ik kan niet kiezen tussen mijn vader en mijn moeder. Ik hou van allebei. Hij bedoelt Frankrijk en Marokko. En dat geldt ook voor mij. Nederland is het land waar ik gewoon van hou, waar mijn kinderen zijn geboren, waar mijn vrienden wonen. En Marokko is een stuk van mij omdat ik daar mijn jeugd heb doorgebracht en mijn ouders en voorouders er vandaan komen. Ik hou van allebei. En ik wil dat ook zo houden. Ik wil van geen van beide landen afstand doen.”


















Nieuwe reactie inzenden