Megasteden en Cancun 2010
Minder CO2-uitstoot, steun voor ontwikkelingslanden die zich moeten aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering en de bescherming van bossen.
Dat zijn de gespreksonderwerpen van de bijna 200 landen die in het Mexicaanse Cancun bezig zijn met de eerste ronde van een nieuwe klimaattop.
Deze onderhandelingsronde moet ferme afspraken opleveren, als opvolger van het Kyoto Protocol dat in 2012 afloopt.
Aan de hand van vier megasteden - Peking, Mexico-Stad, Caïro en Nairobi – kijken we naar de belangrijkste milieuproblemen: luchtvervuiling, veilig drinkwater, overbevolking en ontvolking van het platteland.
Over de hele wereld trekken mensen naar de steden om de armoede van het platteland te ontvluchten. De Keniaanse hoofdstad Nairobi is een goed voorbeeld. Maar is het gras echt groener in dit lokale, regionale en internationale economische zenuwcentrum?
De eerste uitdaging voor wie alles achterlaat om naar de stad te gaan is het vinden van onderdak. De meeste migranten hebben nauwelijks keus: ze belanden in een van de vele krottenwijken die je zowel in als rond Nairobi aantreft, zoals Kibera, Mathare en Mukuri.
Jasper Onyancha kwam oorspronkelijk uit Kisii, op het platteland. Sinds anderhalf jaar woont hij in Kibera. 'Ik was op zoek naar een beter leven', vertelt Jasper. 'Van Kibera wist ik niets. Ik moest een plek zien te vinden waar ik de eindjes aan elkaar kon knopen. En in de krottenwijken is het leven net iets goedkoper.'
Snelle toename
Van de 38,6 miljoen Kenianen wonen er volgens de laatste volkstelling uit 2009 iets meer dan 3 miljoen in Nairobi. De snelle toename van de stadsbevolking heeft een grote impact op het milieu en het klimaat, zegt David Kuria van de lokale milieu-organisatie Ecotakt.
'Keniaanse steden kennen een groei van 8 procent. De vraag naar consumptiegoederen neemt daardoor toe. En dus is er meer producerende industrie nodig, met als gevolg meer uitstoot van vervuilende stoffen en schade aan het klimaat.'
Goedkope auto's
De indruk die Jasper Onyancha heeft van het leven in Kibera bevestigt wat David Kuria vertelt. 'De meeste mensen in Kibera hebben weinig geld', zegt Jasper. 'Anders woonden ze hier niet. Omdat ze weinig geld hebben, koken ze met wat ze maar kunnen vinden. Brandhout en andere rommel die het klimaat vervuilt.'
Maar als de vooruitzichten van mensen beter worden, leidt dat ook tot problemen, benadrukt David Kuria. 'Om hun status te verhogen willen ze dan al snel een auto. Kenia importeert veel goedkope tweedehands auto's. Die zijn niet bepaald schoon, en dus neemt de luchtvervuiling in Nairobi toe. Dat kun je wel zien.'
Vanuit Nairobi verspreidt de vervuiling zich bovendien als een inktvlek naar het omringende platteland. Het toenemende waterverbruik in de hoofdstad, bijvoorbeeld, heeft er al toe geleid dat de waterspiegel in de omringende gebieden steeds lager is geworden. Daardoor is veel bosgebied verdord en verwoest.
Die bossen, zegt David Kuria, zijn juist van essentiëel belang als je klimaatverandering wilt tegenhouden. Maar aan zulke overwegingen wordt weinig aandacht besteed in Kenia. En op landelijk niveau zijn er ook nauwelijks initiatieven om het probleem aan te pakken.
Handel in CO2
Het Keniaanse ministerie van Financiën is weliswaar met een plan gekomen, maar daarbij draait het vooral om de handel in CO2-rechten: elk land krijgt een bepaald aantal 'vervuilingspunten', en mag punten verkopen aan landen die veel vervuilen en het kunnen betalen.
Verkopen is aantrekkelijk, en het kan helpen het klimaatprobleem internationaal aan te pakken. Maar hoe dat te rijmen valt met de uitdagingen van de snelle bevolkingsgroei in Nairobi blijft voorlopig een groot vraagteken.





















Nieuwe reactie inzenden