Hiphoppers, rappers, urbans, en Feyenoord-supporters. Het Historisch Museum Rotterdam exposeert en verzamelt de kleding van jongeren uit Rotterdam-Zuid. In hun kleding en tatoos dragen ze uit dat ze trots zijn op hun buurt.
Hiphoppers, rappers, urbans, en -speciaal in Rotterdam- Feyenoord-supporters. Het Historisch Museum Rotterdam exposeert en verzamelt de kleding van jongeren uit Rotterdam-Zuid. In hun kleding en tatoos dragen ze uit dat ze trots zijn op hun buurt.
Rapper Jarrone Muskiet –‘Op straat kennen ze me als Chef, Langsky, Lange, broertje van de baas’- heeft net zijn grijze sweater met capuchon verkocht aan het Historisch Museum Rotterdam. “Ik heb deze trui laten maken van de eerste rapgroep die ik had, in mijn moeders schuur. Er staat ook een foto op van mijn broer, zodat hij altijd bij me is als ik optreed.” Jarrone’s broer, die in april 2004 overleed, was een van de eerste bekende rappers uit Zuid. Onder de naam ‘Helderheid’ maakte hij poëtische en filosofische teksten in straattaal.
Design
Jarrone’s Servische buurjongen rapt ook en staat bekend als ‘Nature’. Hij lacht zijn tanden bloot, waarvan er twee met goud zijn versierd. Ook hij draagt een pet, uiteraard met de klep opzij, en een spijkerbroek. De meeste jongens dragen toch een trainingsbroek? “Alles mag, waar jij je lekker in voelt. Ik draag wat ik leuk vind, snap je. Ik probeer zo min mogelijk naar anderen te kijken. Dan draag ik misschien een designerbroek, maar niet een designer T-shirt. Het is niet dat we kijken naar een groep of een groep willen zijn. Ik probeer een beetje te mengen en mijn eigen stijl erin te halen.”
De sweater van Jarrone gaat mee naar ‘t Gemaal, een gebouw in de Afrikaanderwijk, waar het Historisch Museum Rotterdam een kleine expositie inricht over de jongeren in Zuid. Meer jongeren hebben kledingstukken verkocht aan het museum. Ze werkten er graag aan mee. Vervolgens worden de kleding en de sieraden opgenomen in de collectie van het museum, dat al langer bezig is met jongerencultuur.
Verschillen
Petjes, trainingsbroeken, jasjes, sportschoenen en sweaters van bekende merken liggen in de vitrines, zelfs sieraden en een paar gouden opzettanden. Opvallend zijn de foto’s van tatoeages en graffiti met ‘Roffa’ en de cijfers ‘5314’. Roffa is straattaal voor Rotterdam, 5314 is de openbaar vervoer-zone van Zuid.
Duizenden jongeren van heel verschillende afkomst wonen in deze grote stadswijk, maar in hun kleding zie je dat verschil pas terug als je het goed bekijkt. Het lijkt op de kleding van stadsjongeren in andere grote, westerse steden. Toch zijn er verschillende groepen in Zuid, zo blijkt in de expositie in ‘t Gemaal.
In de harde aanhang van voetbalclub Feyenoord zitten vooral blanke jongeren. Deze groep draagt meer donkere kleding dan de rappers, de urbans en de hiphoppers. De laatste groepen gebruiken iets meer kleur, ook in hun sportschoenen. Ze houden van opvallende sieraden, veel ‘blingbling’.
Marloes, studente van de kunstacademie in Rotterdam, werkt mee aan de expositie. “Ze maken heel erg een statement, dat ze trots zijn op deze buurt. Dat vind ik wel heel erg tof. Ik denk dat ze heel erg hun eigen stijl uitdragen, maar het is heel erg ‘straat’. Ik zou het leuk vinden als ze meer hun eigen achtergrond uitdragen in hun kleding,” aldus Marloes. Ze zou graag wat meer onderscheid willen zien in de kleding, zodat duidelijk is of iemand wortels heeft in bijvoorbeeld Suriname, Marokko of een ander land.
Gemengd
Veel jongeren zijn gemengd van afkomst. Hun taal is de taal van de straat, waarin Engelse, Surinaamse en Arabische woorden samenkomen met het Nederlands. De verschillen in spraak lijken steeds meer weg te vallen. Na een paar generaties zijn er veel gemengde huwelijken en de jongeren trekken samen op. “Als je alleen met Surinamers wilt omgaan, of alleen met Nederlanders, dan heb je in deze buurt eigenlijk geen vrienden. Dan ga je veel alleen zijn,” legt Jarrone Muskiet uit.
Rotten and Damned
Zijn goede vriend ‘Nature’ heeft zijn rechteronderarm compleet met tattoos versierd. De skyline van Rotterdam staat erop, evenals het woord Zuidzijde en ook ‘Rotten and Damned’ als verbastering van Rotterdam. Maar zelf ervaren hij en Jarrone hun deel van de stad helemaal niet als ‘verrot en verdoemd’. “Ik ben hier geboren en getogen,” zegt Jarrone met trots. “Mijn moeder is hier komen wonen –vanuit Suriname-, de mensen hebben me hier opgevangen. Ik heb het hier geweldig naar mijn zin.”
In zijn raps heeft Jarrone het bijna altijd over zijn buurt. “Om anderen te laten horen dat jij gewoon trots bent op de wijk waar jij vandaan komt. Ik denk niet dat ik ooit uit Zuid wegga.”





















Nieuwe reactie inzenden