Radio Netherlands Worldwide

SSO Login

meer inlog mogelijkheden:

Close
  • Facebook
  • Flickr
  • Twitter
  • Google
  • LinkedIn
Home
Maandag 28 mei | Wereldomroep.nl is de website voor Nederlandstaligen in het buitenland, expats en emigranten.
Heidi Aalbrecht en Pyter Wagenaar
afbeelding van Heidi en Pyter
Map
Hilversum, Nederland
Hilversum, Nederland

Het verdwijnt niet zomaar

Gepubliceerd op : 22 december 2011 - 1:08 pm | door Heidi & Pyter   ((c) RNW)
Lees meer over:

Is het dan echt zo moeilijk?

Je moet leren of een zelfstandig naamwoord onzijdig is (een het-woord), of mannelijk of vrouwelijk (een de-woord). Dat is inderdaad niet altijd even gemakkelijk, omdat er geen waterdicht systeem voor is. Maar van sommige woorden staat het wel vast. De volgende typen woorden zijn altijd onzijdig:

  • Verkleinwoorden: kastje, lampje, pennetje, tafeltje
  • Eigennamen van landen, steden, bedrijven en organisaties: Amsterdam, Greenpeace, Nederland, Apple
  • Soortnamen van metalen: goud, ijzer, zilver
  • Eigennamen van (regionale) talen: Duits, Frans, Haags, Engels, Nederlands, Vlaams, Fries
  • Namen van sporten, spelen en spellen: bridge, hockey, knikkeren, scrabble, voetbal
  • Stammen van werkwoorden met het voorvoegsel be-, ge- en ont-. Bijvoorbeeld: beraad, gezeur, ontslag
  • Woorden eindigend op -ement, zoals: element, ornament, supplement.

Bron: Pyter Wagenaar, Voor de vorm. Taalvraagbaak voor schrijvers. Amsterdam, 2011 (4e druk)

De Taalwerkplaats

Heidi Aalbrecht en Pyter Wagenaar beheren samen tekst- en redactiebureau de Taalwerkplaats. Hun tekstbureau biedt ondersteuning bij alles wat met teksten heeft te maken, maar legt zich in het bijzonder toe op de begeleiding van auteurs en op het perfectioneren van teksten van schrijvers die zich niet (meer) honderd procent zeker voelen over hun Nederlands.

Heidi Aalbrecht schreef onder meer Schrijfstijl: de basis van een goede tekst en Pyter Wagenaar Voor de vorm: taalvraagbaak voor schrijvers.

Meer informatie: www.taalwerkplaats.nl. Of volg hen op Twitter voor taalweetjes en taaltips: @taalwerkplaats.

Grote ophef in de Nederlandse media: het verdwijnt! Wat verdwijnt? Nee, niet wat, maar het, het woord het dus! Alarmerend? En wat staat er dan nog meer op de nominatie om te verdwijnen?

Als je het erg vindt dat het lidwoord het verdwijnt, is er goed nieuws: het verdwijnt natuurlijk helemaal niet. Althans, in ieder geval niet tijdens ons leven. Waarom dan toch die alarmbellen? Het schijnt dat kinderen moeite hebben met het leren van het-woorden, en daarom maar overal de-woorden van maken.

Onderzoekers tonen met cijfers aan dat kinderen het op latere leeftijd goed leren gebruiken. Maar er zal toch niets aan het taallerend vermogen van deze generatie schorten? Volwassenen die nu het goed gebruiken, hebben dat als kind ook onder de knie gekregen. Zo moeilijk is het dus ook weer niet...

Nederlands als tweede taal
Ook tweedetaalleerders hebben vaak moeite met de en het, dus kiezen zij bij twijfel al snel voor de. Dat is statistisch de juiste keuze, want er zijn meer mannelijke en vrouwelijke zelfstandige naamwoorden (de-woorden) dan onzijdige (het-woorden) – de verhouding is ongeveer 75:25.

De kans dat je met een de-woord goed zit, is dus groter. De keuze voor de zegt daarom vooral iets over het zo goed mogelijk willen doen. En natuurlijk dat het gebruik van het niet een-twee-drie te leren is. Maar als een buitenlander goede Nederlandse les krijgt, leert hij de het-woorden heus wel op den duur, net zo goed als hij leert dat de bijzinsvolgorde anders is dan die in de hoofdzin en dat die Hollanders hun getallen zo raar uitspreken (26 is geen twintigzes, maar zesentwintig).

Levende talen veranderen
Taal leeft. Grammatica verandert. Woorden komen, woorden gaan. Als er iets uit de taal verdwijnt, is dat een natuurlijke gang van zaken. Er wordt in ieder geval niet zomaar iets 'afgeschaft'. De vraag is daarom eerder: wat is het nut van het en is dat nut groot genoeg om te kunnen overleven?

Mannelijk of vrouwelijk
Vroeger had het Nederlands een volledig naamvalssysteem - net als nu nog het Duits - met mannelijke, vrouwelijke en onzijdige woorden waarbij verschillende lidwoorden hoorden en verschillende verbuigingen van het bijvoeglijk naamwoord.

Hoe zit het tegenwoordig eigenlijk met mannelijk en vrouwelijk? Van sommige zelfstandige naamwoorden is het geslacht gemakkelijk vast te stellen: woorden op -lijk, -ing en -ie, bijvoorbeeld, zijn vrouwelijk, en woorden op -aar en -aard, bijvoorbeeld, zijn mannelijk.

Maar van veel woorden kennen de meeste Nederlanders het woordgeslacht niet. Dat moeten ze opzoeken in een woordenboek. En dan is er nog een groeiende groep de-woorden waarbij er geen onderscheid is, of die zowel mannelijk als vrouwelijk zijn.

De haar-ziekte
Vrijwel niemand in Nederland weet nog precies welke woorden mannelijk of vrouwelijk zijn. Toch kan dat onderscheid - vooral in geschreven taal - nog wel van belang zijn: naar mannelijke woorden verwijs je met hem, zijn en wiens en naar vrouwelijke met haar en wier.

Daar worden dan ook veel fouten mee gemaakt, zoals 'de vrouw wiens' in plaats van 'de vrouw wier'. Daar kiezen mensen vaak automatisch voor de mannelijke vorm. Bij verwijzing met zijn of haar gebeurt juist het omgekeerde: verwijzing met haar in plaats van zijn, de zogenoemde haar-ziekte. De omroep en haar programma's is zo’n veelgemaakte vergissing: omroep is mannelijk, dus je verwijst ernaar met zijn.

Verdwijnende woordgeslachten
Het onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke woorden komt in de lidwoorden (altijd de) en bijvoeglijke naamwoorden ('de oude man' en 'de oude vrouw') al niet meer tot uitdrukking. En bij de keuze van verwijswoorden levert het zoals gezegd problemen op. Daar is het oude naamvalssysteem dus al sterk aangetast.

Onzijdige woorden zijn er nog wel: de het-woorden. De vraag is of het Nederlands dezelfde ontwikkeling zal doormaken als het Engels: dat heeft nog maar één lidwoord: the. Als het Nederlands zonder het onderscheid tussen mannelijk en vrouwelijk kan, dan kunnen we onzijdig ook wel missen, toch?

Theoretisch klopt dat. Maar taal is natuurlijk ook gevoel; een taalgebruiker is van nature conservatief. Daarom moet het blijven, is zijn natuurlijke reactie. En er is meer met het aan de hand: het is immers niet alleen een 'lidwoord van bepaaldheid'.

Wat doet het nog meer?
Het is niet alleen een lidwoord, maar ook een persoonlijk voornaamwoord (derde persoon enkelvoud). Bijvoorbeeld: 'het is een rare kwestie', 'het was in november', 'het gaat te ver'. En dan is het ook nog eens een onbepaald voornaamwoord. Bijvoorbeeld: 'het regent', 'het heeft geonweerd', 'het oneens zijn met die bewering'.

Dit zijn functies die een ander woord niet zomaar kan overnemen. Kortom: het woord het zal ons niet snel ontvallen, hoogstens het lidwoord het. Maar dat zal onze tijd ook nog wel duren.

Ditjes en datjes
Als het uiteindelijk toch verdwijnt, sleurt het allicht andere woorden mee in zijn val, te beginnen met de voornaamwoorden dit en dat. Want als het meisje verandert in de meisje, wordt dit of dat meisje natuurlijk ook die meisje, en 'het meisje dat' wordt dan 'het meisje die'. Die verandering is al voorzichtig in gang gezet. Ook nu hoor je al regelmatig 'het meisje die'.

Een beetje googelen levert dit op (18 november 2011):

'De meisje die' 44.500
'Het meisje die' 387.00
'Het meisje dat' 9.240.000

 

 

 

'De meisje die' is veruit in de minderheid, maar komt al wel voor. 'Het meisje die' is in opkomst, maar de meeste mensen gebruiken nog gewoon 'het meisje dat'.

Meer artikelen lezen voor en door Nederlanders in het buitenland? Neem een gratis abonnement op het WereldExpat Magazine www.wereldexpat.nl
 

Gerelateerde artikelen

Reacties en discussie

Chrysalis 29 december 2011 - 5:05 am / NZ

Het artikel zegt het zelf al: vooral tweedetaalleerders hebben hier moeite mee en zo is dit erin geslopen. Op bepaalde scholen in NL komen de kinderen bijvoorbeeld ook met Marokaans accent thuis.

malena verkruissen fritschy 28 december 2011 - 9:53 pm / mexico

wel, even denken hoe ik het schrijven kan-alleen maar zesde klas gehad, ik denk altijd dat taalen leren is makkelijk voor sommige maar moeilijk voor anderen, als leerares geef ik engelse les, dan denk ik het is beeter om te spreeken dan met al dat dative, genitive etc, vooral in het duits, ja moeilijk als het niet je moeders taal is. maar zo voor mij is het spreeken eerder important dan schrijven, daarna kan je oefenen met het shrijven.
en ook het praktijd is nodig.
nogals bedankt voor deze informatie, zeer interesant om te weeten

Anneke van Wyk 27 december 2011 - 11:18 pm / Australia

Ik woon bijna 30 jaar in Australia en heb de laatste tijd inderdaad moeite met welke woorden er nu wel en niet aan elkaar geschreven moeten worden. Zou wel makklijk zijn als je ze allemaal los van elkaar kan schrijven, maar ja soms kan je het dan ook weer anders lezen. Maar ik denk dat je het woordje "het" toch wel gewoon in de Nederlandse taal moet laten staan. Je kan toch niet zeggen: maak de open, het is maak het open. En dat vrouwlijke of mannelijke woorden, heb ik nooit geleerd toen ik op de lagere school zat. Voor mij kunnen ze het laten zoals het is. Maarja, wie ben ik?

Groetjes Anneke

Dhr. R. Geenen 27 december 2011 - 7:01 pm / California, USA

Ik herkent boven genoemde problemen. Echter het grootste probleem dat ik nu nog heb is dat in de nederlandse taal zoveel woorden aan elkaar vast zitten. Ik geef voorkeur aan het amerikaans engels waarbij ieder woord los van elkaar staat. Een taal dient om te kommuniseren en niet om te schrijven, niet waar!

Twan Laan 6 december 2011 - 2:55 pm / Zwitserland

Het Nederlands valt eigenlijk reuze mee als je het met de Slavische talen drie geslachten, zes naamvallen, en een heel systeem van uitgangen vergelijkt. Ook in vergelijking met het Duits komt het Nederlands er genadig af. In het Duits merk je wel dat de genitief (2e naamval) langzaamaan wat minder gebruikt worden. "Der Dativ ist dem Genitiv sein Tod" en steeds minder "des Genitivs Tod".
In de Zwitserduitse dialecten bestaat geen genitief en ook het bekende verschil tussen 1e en 4e naamval uit het Hoogduits bestaat er niet. Woorden in het Zwitserduits hebben ook niet altijd hetzelfde geslacht als in het Hoogduits. Het is in Zwitserland bijvoorbeeld "die" Spargel (asperge), en in Duitsland "der" Spargel. Net zo is het "das" Praline (bonbon, praline) vs. die Praline, en "der" Final vs. "das" Finale.
Wel weer lastig: ook sommige telwoorden maken in het Zwitsers onderscheid tussen mannelijk, vrouwelijk en onzijdig.

Robert Polen 27 december 2011 - 6:00 pm

correctie: in het Pools zijn er zelfs 7 naamvallen

Heidi Aalbrecht & Pyter Wagenaar 1 december 2011 - 1:22 pm

Geachte heer Kuyckx,

Wat aardig dat u zo uitgebreid op ons artikel reageert. U hebt natuurlijk gelijk: moedertaalsprekers ‘leren’ het gebruik van lidwoorden spelenderwijs, door te luisteren en te lezen. Maar wie twijfelt over een lidwoord, of de taal op latere leeftijd leert, heeft houvast aan het rijtje wetmatigheden uit ‘Voor de vorm’.

Met vriendelijke groet,
Heidi Aalbrecht & Pyter Wagenaar

Maurice Kuyckx 28 november 2011 - 2:35 pm / België

Geachte,
Ik las met veel aandacht de bijdrage over het al dan niet verdwijnen van "het"....
U stelde:

Is het dan echt zo moeilijk?
Je moet leren of een zelfstandig naamwoord onzijdig is (een het-woord), of mannelijk of vrouwelijk (een de-woord). Dat is inderdaad niet altijd even gemakkelijk, omdat er geen waterdicht systeem voor is. Maar van sommige woorden staat het wel vast. De volgende typen woorden zijn altijd onzijdig:

Verkleinwoorden: kastje, lampje, pennetje, tafeltje
Eigennamen van landen, steden, bedrijven en organisaties: Amsterdam, Greenpeace, Nederland, Apple
Soortnamen van metalen: goud, ijzer, zilver
Eigennamen van (regionale) talen: Duits, Frans, Haags, Engels, Nederlands, Vlaams, Fries
Namen van sporten, spelen en spellen: bridge, hockey, knikkeren, scrabble, voetbal
Stammen van werkwoorden met het voorvoegsel be-, ge- en ont-. Bijvoorbeeld: beraad, gezeur, ontslag
Woorden eindigend op -ement, zoals: element, ornament, supplement.
Bron: Pyter Wagenaar, Voor de vorm. Taalvraagbaak voor schrijvers. Amsterdam, 2011 (4e druk)

Mijn antwoord: Ik ben er ondertussen 75 en heb nooit geleerd (volgens de hierboven uitgelegde methode)wanneer een woord onzijdig is. Niettegenstaande dit weet ik uit ervaring dat ik zelden of nooit hiertegen zondig. De ervaring (leesvreugde) en het liefhebben van mijn taal was hiervoor de beste remedie. Deze inspanning heeft altijd al haar nut bewezen. Vandaag wordt het aanleren van een taal (hier onze moedertaal) een makkie, een veelvoud van hulpmiddelen staan ons ter beschikking, er is dus geen verontschuldiging om onze taal niet grondig te kennen en te gebruiken Groetjes en Dank .(sig) Maurice Kuyckx

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd> <p> <br>
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.

Meer informatie over formaatmogelijkheden

VOLG DE WERELDOMROEP OP FACEBOOK

Aanbevolen video's

Toeristen laten Griekenland links liggen
De toeristen industrie in Griekenland heeft het zwaar. Buitenlandse...
Zwervers 'vogelvrij' in Suriname
Een tijdje waren ze het gesprek van de dag door brute moorden op hen, de...
Radio Nederland Wereldomroep © 1947-2012