Nog voor het kiezen van een studierichting is het belangrijk te weten tot welke opleidingsinstelling men toegang heeft. Hiervoor is kennis van het Nederlandse onderwijssysteem nodig. Hier wordt een beknopt overzicht gegeven van hogere onderwijsinstanties en de nodige informatie over het middelbare schoolsysteem in Nederland.
Voortgezet onderwijs / Middelbare school
In Nederland wordt voortgezet onderwijs op verschillende niveaus aangeboden: vmbo (voortgezet middelbaar beroeps onderwijs), havo (hoger algemeen voortgezet onderwijs) en vwo (voortgezet wetenschappelijk onderwijs).
Na een vierjarige vmbo-opleiding is het mogelijk naar het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) door te stromen. De twee hoogste niveaus van voortgezet onderwijs (vijfjarige havo en zesjarige vwo) geven rechtstreeks toegang tot hoger onderwijs. Het vwo-diploma geeft toelating tot zowel universiteiten als hogescholen. Het havo-diploma is de minimale eis voor hogescholen maar geeft geen toegang tot de universiteit.
Vakkenpakket / Profielen
In de laatste twee jaar van havo en de laatste drie jaar van vwo moeten leerlingen kiezen uit vier verschillende vakkenpakketten (ook profielen genoemd):
1. Natuur en Techniek
2. Natuur en Gezondheid
3. Economie en Maatschappij
4. Cultuur en Maatschappij
Deze profielen zijn ingesteld in het voorgezet onderwijs om jongeren beter voor te bereiden op hoger onderwijs.
Voor toelating tot sommige studierichtingen kan een bepaald vakkenpakket op de middelbare school verplicht zijn. Als het vakkenpakket niet toereikend is, dan kunnen eventueel aanvullende eisen worden gesteld door de hoger- of beroepsonderwijsinstelling.
Middelbaar beroepsonderwijs (mbo)
Het middelbare beroepsonderwijs (mbo) leidt iemand op voor een specifiek beroep. Mbo-opleidingen zijn er voornamelijk op de volgende gebieden: economie, technologie, gezondheidszorg, welzijnswerk en landbouw. Mbo-opleidingen worden op vier niveaus gegeven die variëren in lengte. Het hoogste niveau (het vierde niveau) geeft toegang tot het hoger onderwijs en duurt drie tot vier jaar.
Hoger onderwijs
Sinds het academische jaar 2002-2003 is officieel de bachelor-masterstructuur in het Nederlandse onderwijssysteem ingevoerd. Dit is een internationaal erkend diploma. Eerst moet een bachelordiploma gehaald worden voordat doorgestudeerd kan worden voor een mastersdiploma.
Studenten die al studeren kunnen tot 2009 afstuderen in het oude systeem.
Het onderscheid in oriëntatie tussen het meer praktische hoger beroepsonderwijs (hbo) en het vooral theoretische wetenschappelijk onderwijs (wo) is gehandhaafd.
Hoger beroepsonderwijs (hbo) [in de volksmond: hogeschool]
Het hoger beroepsonderwijs is gericht op de theoretische en praktische voorbereiding op de beroepspraktijk, waarvoor een hogere beroepsopleiding vereist is. Van de hbo-studenten wordt verwacht dat ze tijdens hun studie de praktijk in gaan om werkervaring op te doen (stage). Om af te studeren moeten ze een afstudeerproject doen of een scriptie schrijven. Dit allemaal naast alle hoorcolleges, lessen, opdrachten en zelfstandige studie.
Een vwo-diploma, een havo-diploma of een niveau 4 mbo-diploma geven in principe toegang tot hbo. Een hogeschool kan ook eisen dat de student op de middelbare school een bepaald vakkenpakket heeft gevolgd. Als de student het geëiste vakkenpakket niet heeft, kan het verplicht volgen van keuzevakken alsnog tot toelating leiden.
Een toelatingsexamen afleggen kan ook toegang geven tot het hbo. Alleen iemand ouder dan 21 mag een toelatingsexamen afgeleggen.
De hbo-bacheloropleiding kan in vier jaar worden afgerond. Een student heeft daarna in beginsel toegang tot een masteropleiding aan zowel een hogeschool als aan een universiteit. Hogescholen en universiteiten stellen de instroomvereisten vast.
Een hbo-masterdiploma kan in een tot twee jaar worden behaald, afhankelijk van de gekozen studie.
Wetenschappelijk onderwijs (wo) [in de volksmond: universiteit]
Wetenschappelijk onderwijs is gericht op wetenschappelijke kennis en bij sommige studies op de toepassing van deze kennis voor een bepaald beroep. Studenten moeten een onderzoek doen en/of een scriptie schrijven om af te studeren. Dit allemaal naast alle hoorcolleges, opdrachten en zelfstandige studie.
Een vwo-diploma of een hbo-diploma geven in principe toegang tot een wo-opleiding. Een universiteit kan ook eisen dat de student op de middelbare school een bepaald vakkenpakket heeft gevolgd. Als de student het geëiste vakkenpakket niet heeft, kan het verplicht volgen van keuzevakken alsnog tot toelating leiden.
Een toelatingsexamen afleggen kan ook toegang geven tot het wo. Alleen iemand ouder dan 21 mag een toelatingsexamen afleggen.
De wo-bacheloropleiding duurt drie jaar. Een student heeft daarna in beginsel toegang tot een masteropleiding aan zowel hbo als aan de universiteit. Hogescholen en universiteiten stellen de instroomvereisten vast. Een wo-masterdiploma kan in een tot drie jaar worden behaald, afhankelijk van de gekozen studie.
Doctoraat
Na een wo-masterdiploma is het mogelijk om de hoogste academische titel te behalen; doctoraat. Studeren voor een doctoraat wordt promoveren genoemd. Het doctoraat is voornamelijk een onderzoekstitel en wordt gehaald door een proefschrift te schrijven en wetenschappelijke artikelen te publiceren gebaseerd op eigen onderzoek.
Studiepunten
In het bachelor-mastersysteem wordt de zwaarte van studievakken aangegeven met studiepunten. Een studiepunt staat voor 28 uur studeren en onderwijs volgen. Een schooljaar bestaat uit 42 weken van 40 uur, daarom moeten 60 studiepunten per jaar worden behaald.
42 weken van 40 uur = 1680 uur per jaar
1 studiepunt is 28 uur, dus 1680 /28 = 60 studiepunten per jaar
Aan het begin van ieder jaar staat in de studiegids hoeveel studiepunten elk vak waard is. Als een vak 3 studiepunten waard is dan zou een student 84 uur (3x28) aan dat vak moeten besteden om het vak te kunnen halen. Sommige vakken kunnen zelfs 10 of meer studiepunten waard zijn. Niet alle studiepunten hoeven in één jaar gehaald te worden om toegelaten te worden tot het volgende studiejaar.
Wel moeten uiteindelijk alle studiepunten gehaald zijn om een diploma in ontvangst te mogen nemen. Een universiteit of hogeschool kan eisen dat bepaalde vakken worden gehaald voordat deelgenomen mag worden aan nakomende vakken. Vaak moeten bijvoorbeeld alle vakken uit het eerste jaar worden gehaald voordat stage gelopen mag worden.
Beoordelingssysteem
In Nederland worden toetsen en werkstukken beoordeeld met cijfers van 1 (slecht) tot 10 (voortreffelijk). Voor een voldoende moet minimaal een 5,5 worden behaald.
Loting
Als teveel studenten zich inschrijven voor een bepaalde studie dan vindt er een selectie plaats via loting. Loting kan nodig zijn wanneer over heel Nederland teveel studenten zich voor een bepaalde studie inschrijven of als teveel studenten zich voor een bepaalde studie bij één instelling inschrijven. In het eerste geval moet een student iets anders gaan studeren of een jaartje wachten en zijn kansen bij de volgende loting afwachten. In het tweede geval kan de gewenste studie aan een andere universiteit of hogeschool worden gevolgd.
Er wordt via gewogen loting bepaald welke studenten recht hebben op een plaats. Dat betekent dat hoe hoger het gemiddelde eindexamencijfer van de middelbare school is, hoe groter de kans op inloting. Studenten met een gemiddeld eindexamencijfer van acht of hoger worden direct toegelaten tot de opleiding, mits hun vakkenpakket overeenkomt met de eisen van de studie. Kandidaten mogen slechts twee keer meeloten en kandidaten met een verkeerd vakkenpakket mogen niet meer meedoen aan de loting.
Voor de populaire studies geneeskunde en dierengeneeskunde vinden vrijwel ieder jaar lotingen plaats. Ook journalistiek studeren in Utrecht is zo in trek dat er vaak eerst geloot moet worden. Als na inschrijving blijkt dat er een loting nodig is voor de gekozen studie, dan wordt de student daar door de Informatie Beheer Groep van op de hoogte gesteld. De IB-groep is de instantie die inschrijving regelt.













Nieuwe reactie inzenden