Stefan Enter
Stefan Enter debuteerde in 1999 met de verhalenbundel 'Winterhanden' die lovend werd ontvangen en genomineerd werd voor de Libris Literatuurprijs 2000. In april 2004 verscheen zijn eerste roman, 'Lichtjaren', die eveneens een Librisnominatie in de wacht sleepte. Beide boeken werden ook genomineerd voor de Gerard Walschapprijs. Eind april 2007 verscheen Enters tweede roman 'Spel'.
Recensie - Hij is de man van de details. Van de stijl. Van de bijna in steen gehouwen zinnen. Schrijver Stephan Enter neemt zo langzamerhand een geheel eigen plaats in, in de Nederlandse literatuur.
Nu komt hij alweer met zijn vierde boek, de roman 'Grip'. Hoog tijd om 'ns kennis te maken. En het moet gezegd: de eerste indruk is goed. Maar niet zo verpletterend als je op grond van alle laaiend positieve recensies zou verwachten.
Stephan Enter lijkt met een gouden pennetje geboren. Sinds zijn debuut in 1999 wordt hij genomineerd voor tal van prijzen. In recensies vallen continu termen als 'superieur' en 'trefzeker'. Dat maakt op z'n zachtst gezegd benieuwd, vooral - en nu ben ik even heel eerlijk - omdat ik nog nooit wat van Enter had gelezen. 'Grip' leek me een uitstekende kennismaking. Je leest immers niet elke dag een verhaal waarin één van de rode lijnen een stevige discussie over onsterfelijkheid is.
Reünie
In 'Grip' volgen we op twee zonovergoten dagen, maar dan met een tussenpoos van twintig jaar, drie bevriende bergklimmers. In aanvang zwerven de drie rond in het bergachtige noorden van Noorwegen en raken elk op hun eigen manier in de ban van een vrouw - de vierde en misschien wel de echte hoofdrolspeler in dit boek. Tijdens die zwerftocht gaat er iets mis. En goed ook, want twintig jaar later is de sfeer tussen de vrienden een stuk minder goed. Al vindt niemand dat een reden om de geplande reünie niet door te laten gaan.
Natuurlijk (Stephan Enter is een moderne auteur) wordt dit verhaal niet lineair verteld. Integendeel. Het tijdschema wisselt voortdurend, het perspectief ook. Twee vrienden reizen anno 2007 in een wat ongemakkelijke sfeer van Brussel Zuid, per trein, naar het huis van de twee anderen in Swansea, Wales. Langs het water, maar ook door de Kanaaltunnel en onder Londen door.
Dat traject alleen al biedt Enter volop ruimte voor zijn schrijverskunst. Soms is er het uitzicht op de altijd door de zon beschenen zee, soms zijn er de donkere tunnels, soms de stations die - hoe merkwaardig - in Groot Brittanië nooit zichtbare klokken hebben. Goed gedoseerd zijn er de flashbacks op die andere dag, twintig jaar terug in Noorwegen. Ook met veel water, de midzomerzon én het eeuwenoude berglandschap. Vooral daar leren we Rachel kennen. Eén vrouw. Maar toch ook telkens weer net ietsje anders, omdat de mannen alle drie anders over haar denken.
Dreiging
In 'Grip' zit een zekere dreiging. Doordat wat er in het verleden gebeurd is én doordat we weten dat er iets gaat komen. Een dreiging die nog wordt vergroot door de discussie over onsterfelijkheid in de trein. Maar de grootste dreiging zit in het taalgebruik van Enter zelf: nu eens zo doorzichtig als glas, dan weer (soms zelfs loodzwaar) symbolisch. Met, en daar zit 'm mijn (enige) bezwaar tegen deze roman, all the tricks from the book.
De schrijver kán zoveel en wil dat zo graag laten zien dat ik zijn werk af en toe simpelweg te gekunsteld vind. Dan bedoel ik niet zozeer de flauwe veeg uit de pan die hij collega-schrijver Willem Frederik Hermans geeft, maar meer de soms overduidelijk gekunstelde zinnen vol rake vergelijkingen. Wéér zo'n schoonheidje van een alinea, riep ik op een gegeven moment uit! Fantastisch. Maar uiteindelijk leidt het toch af. Het verhaal is te goed voor de schrijfstijl. Of de stijl is te goed voor het verhaal. En zo valt me deze eerste kennismaking met Enter toch een beetje tegen.
Grip, Stephan Enter, Uitgeverij G.A. van Oorschot, ISBN 9789028241794, prijs € 17,50























Nieuwe reactie inzenden