De Cubaanse dissident Darsi Ferrer is vrijgelaten uit de Havaanse gevangenis waar bijna een jaar heeft vastgezeten. Toch is Ferrer geen vrij man: deze internationaal erkende politieke gevangene blijft de komende maanden onder huisarrest.
Darsi Ferrer werd op 21 juli 2009 gearresteerd en werd meer dan 11 maanden in voorarrest gehouden. Ferrer is arts en hij is directeur van het illegale Juan Bruno Zayas Centre for Health and Human Rights in Havana. Maar de afgelopen jaren werd hij bekend van het organiseren van een jaarlijkse bijeenkomst in het kantoor van de UNESCO in Havana op 10 december - de Internationale Dag van de Mensenrechten.
Hij werd gevangen genomen voor ‘diefstal van bouwmaterialen’ en voor het aanvallen van zijn buurman die de politie hielp bij zijn arrestatie. Afgelopen maand juni werd Ferrer uiteindelijk veroordeeld tot een jaar en drie maanden gevangenisstraf. Hij mag daarvan de laatste vier maanden thuis uitzitten.
Nadat hij was vrijgelaten vertelde Ferrer de Wereldomroep over de omstandigheden in de gevangenis van Havana en over het voortzetten van zijn activiteiten op het gebied van mensenrechten, ‘nu nog meer dan ooit’.
Slechte omstandigheden
‘De omstandigheden in de Cubaanse gevangenissen onmenselijk’, zegt Ferrer. ‘Ze zijn overvol en iedere gevangene heeft minder dan een halve vierkante meter om op te leven. Ook de gangen zijn overvol en veel gevangenen zijn gedwongen om op de grond te slapen omdat er te weinig bedden zijn. Er is te weinig voedsel en het eten bevat te weinig goede voedingsstoffen. Kip is het enige voedsel dat een beetje eiwitten bevat. Maar dat krijgen de gevangen maar twee keer per maand.’
De slechte omstandigheden hebben tot gevolg dat er veel geweld is. Elke week is er wel een bloedig incident als gevangenen met elkaar ruzie krijgen met bijvoorbeeld zieken die niet langer toerekeningsvatbaar zijn. Daar komt nog eens bovenop dat alle gevangenen leven onder een mensonterend militair regime dat hun waardigheid aantast. Er is geen medische of psychische hulp. Gevangenen worden ook vaak door soldaten geslagen.’
Hongerstaking
In een uiterste poging om juridische en medische hulp te krijgen begon Ferrer een hongerstaking. ‘Ik ben zeker niet de enige die in de gevangenis een hongerstaking is begonnen. De wanhoop sterkt ons om dit soort acties te ondernemen om zo door te dringen tot de hartelozen van ons land met als doel op die manier, in mijn geval, medische hulp te krijgen.’
‘Toen ik werd vrijgelaten uit Valle Grande waren er vier andere gevangenen die een slechte gezondheid hadden omdat ze al 12 tot 13 dagen in hongerstaking waren. Dit soort acties leidt meestal tot nog meer repressie door de militairen. Ze sluiten je dan op in de meest afschuwelijke cellen, zonder je ook maar een beetje water te geven. Mij hebben ze ook in zo’n cel gegooid. En elke dag zonder water heeft mijn gezondheid nog verder beschadigd.’
Vrijheid en teleurstelling
Ferrer is blij om weer terug te zijn bij zijn familie. ‘De vreugde die ik nu beleef door vrijlating gaat vergezeld met bitterheid. Ik heb de verschrikkelijke omstandigheden gezien waarin duizenden Cubanen in de gevangenis moet leven Er zijn honderden gevangenen die vastzitten vanwege hun politieke opvattingen. Mijn tijd in de gevangenis heeft me meer energie gegeven om mijn belofte na te komen. Ik wil vechten voor de vrijheid van het Cubaanse volk, zodat hun rechten worden geëerbiedigd.’




















Nieuwe reactie inzenden