Van Zomeren op zaterdag
Iedere zaterdag in Café Van Zomeren een langer gesprek. Over het nieuws, over de actualiteit, en over vakantie.
Zaterdag tussen 9.00 en 10.00 op de radio, en te downloaden als podcast.
‘Het gaat steeds beter met het eten in Nederland. De belangstelling voor voedsel neemt toe, en de kwaliteit gaat vooruit.’ Dat zegt culinair journalist Jeroen Thijssen. Voor dagblad Trouw schrijft hij al jaren over eten en de Nederlandse eetcultuur. En voor zijn boek ‘De Ronde van Gallië’ verdiepte hij zich in de Franse eetcultuur, en de Franse streekgerechten.
‘Als je bij Fransen thuiskomt, staat er bijna niks aan meubels. Maar er is altijd lekker eten. Daar geven ze een veel groter deel van hun inkomen aan uit.’ In Nederland is het eigenlijk altijd andersom geweest, constateert Thijssen. Al merkt hij dat vooral Nederlandse mannen de laatste jaren meer waarde zijn gaan hechten aan lekker, en vooral bijzonder eten.
‘Je kunt scoren met lekker eten. Vroeger scoorde je met een mooie auto of een dure vakantie. Nu ben je wat als je op je werk kunt vertellen dat je in het weekend bijzonder gekookt hebt met dure ingrediënten en een mooi fornuis. En grote messen natuurlijk. Dat is ook typisch mannelijk’, zegt Thijssen.
Zuinigheid
Jarenlang was Nederland het buitenbeentje in Europa. Terwijl in de meeste landen om ons heen eten gelijk stond aan grote maaltijden met veel familieleden, beperkten de Nederlandse thuiskoks zich tot aardappelen, groente en een stukje vlees. Sober en doeltreffend klaargemaakt.
Thijssen is behalve journalist ook historicus. Hij verklaart de Nederlandse zuinigheid dan ook deels uit onze calvinistische cultuur. ‘Het is de aard van het beestje. Uit de Tachtigjarige Oorlog is een verhaal bekend over hoe de Nederlandse hoge heren opvielen: ze kwamen met de trekschuit en aten een simpel boterhammetje toen ze met de Spanjaarden over de vrede kwamen onderhandelen.’ Of het waar is, weet ook Thijssen niet. Maar het zegt wel iets over de spreekwoordelijke zuinigheid van de Nederlanders.
En ook vooral in de eerste helft van de twintigste eeuw was schraalhans de Hollandse keukenmeester. ‘Ook in de landen om ons heen was het crisis. Toch bezuinigden ze daar veel minder op hun eten’, zegt Thijssen. Een verklaring daarvoor kan hij niet geven. Ook niet als historicus. ‘Daar zou eens iemand echt diepgaand onderzoek naar moeten doen.’
Barbaars
Toch zijn er nog altijd grote verschillen tussen de Nederlandse en de Franse keuken. ‘Het zijn tamelijk verschillende werelden. Fransen eten tussen de middag nog vaak warm. En veel uitgebreider.’
Ook doen Fransen minder moeilijk over hun eten. En over de herkomst ervan. Zo at Thijssen in Rouen ‘Caneton à la presse’. Eend die niet is leeggebloed, zoals meestal bij geslachte dieren gebeurt. Het bloed blijft erin zitten en het karkas wordt uitgeperst in een speciaal ontwikkeld instrument. Van het sap en het bloed wordt vervolgens de saus voor bij het vlees gemaakt.
Thijssen vond het niet bijzonder lekker. ‘Ook niet vies. Maar het blijft voor Nederlanders toch een soort barbaars gerecht. Hoewel de manier waarop wij onze kippen slachten, net zo barbaars is. Alleen gebeurt dat niet aan je tafel.’


















Als inwoner van De Panne (in Nederland vooral gekend vanwege het pretpark "Plopsaland"), heb ik het genoegen tegen de Franse grens aan te wonen. Ik doe dan ook praktisch al mijn inkopen "bij de buren", niet alleen omdat het er goedkoper is, maar ook omdat je er betere kwaliteit koopt. In de loop der jaren heb ik een aantal artisanale slagerijen en bakkerijen leren kennen, waar men nog op ambachtelijke wijze (onder meer) pâté, ham en (uiteraard) stokbrood bereid. En heb ik zo mijn adresjes waar ik verse groenten en fruit (en af en toe zelfs een scharrelkip) rechtstreeks bij de boer koop. (ik heb daarover trouwens een website gemaakt, die je vindt onder http://france.popol.eu )
Het grote verschil met de Nederlandse kookcultuur is (i.m.h.o.) dat men in Nederland veel meer "halfgaar" kookt. Ja, het is een woordgrapje, sorry, ik kon het niet laten. Wat ik met dat "halfgaar" bedoel is dat men bij de A.H., de C1000 of de Jumbo een heel assortiment aan kant-en-klaar kruiden, bereide sausen en voorbereide ingrediënten (gemarineerde vis en vlees) aantreft, veel meer dan in de buurlanden. Neem nu de 1-2-3-4 maaltijden van de A.H. : je kunt een heleboel combineren, maar écht "koken" is het niet. En toch kun je op die manier gevarieerd en lekker eten klaarmaken.
Anders dan in Frankrijk, maar daarom niet beter of slechter. Het gaat alleen wat sneller en je hebt er minder (keuken)ervaring voor nodig.
De eenmaking van Europa en de invoering van de Euro ten spijt, hebben we allemaal toch nog altijd onze eigen karaktertrekjes weten te behouden. Gelukkig maar, want anders was op vakantie gaan net hetzelfde als thuisblijven ;-)
In het artikel mis ik een verdere toelichting op de "beroerde" meubels (cf. titel). Overigens : in Nederland eet je vaak beroerd op lekkere meubels, waarvoor dan ook nog beroerd veel betaald moet worden. In het Zuid-westen (in de Lot) tref je al een meergangen menu aan vanaf 19 Euro.
Nieuwe reactie inzenden