Expats in fictie
In de 2011 Expats-in-fictie-competitie werden lezers uitgenodigd een verhaal met een expat in de hoofdrol te schrijven.
Met een zucht doet George de deur achter Attah dicht en leunt er even tegenaan. Wat een druktemaker. George schudt zijn hoofd en loopt naar de kleine woonkamer waar Jasmijn al begonnen is met het opruimen van de glazen en flessen en het legen van de asbakken. 'Laat maar lieverd', zegt hij, 'dat doe ik wel. Ga maar naar bed.'
Zeker een keer per week komen de studenten van George over de vloer, maar nooit maken ze het zo laat als vanavond. Het lesprogramma is zwaar en zijn studenten zijn gemotiveerd om de lessen serieus te volgen. George heeft talloze malen geprobeerd het bezoek de deur uit te krijgen. Om middernacht was iedereen weg, behalve Attah en een meisje waarvan hij de naam niet heeft verstaan.
Jasmijn en George vinden het fijn om hun huis, hoe klein het ook is, open te stellen voor de studenten. Er is dan ook niet veel te beleven in deze omgeving; het instituut staat in een groot natuurgebied in Tanzania, omgeven door wetlands, met slechts een kleine nederzetting in de buurt. Het programma duurt negen maanden en staat internationaal hoog aangeschreven. Naast het studieprogramma wordt onderzoek gedaan naar trekvogels en watervogels. De meeste studenten worden betaald door hun werkgever (overheid of ngo's) en een enkeling betaalt het uit eigen zak. Attah wordt gesponsord door zijn vermogende vader, die hoopt dat zijn zoon hiermee is nuttigs en zinvols gaat doen. En waarschijnlijk om hem een tijdje niet thuis te hoeven hebben. Iets wat George zich goed kan voorstellen.
'Weet je het zeker?', vraagt Jasmijn. 'Ja, ik weet het zeker. Je bent doodmoe. Je ziet helemaal bleek. Kom. Soms vergeet je volgens mij dat je al zes maanden zwanger bent.' George duwt haar richting de piepkleine slaapkamer en helpt haar het bed in. Terwijl hij haar instopt, zegt hij: 'Ik kijk nog even in mijn stukken en ruim dan de boel op.' Hij kust Jasmijn op haar voorhoofd. Ze zucht even en valt dan in slaap.
George gaat aan de keukentafel zitten en spreidt zijn papieren uit. Tien studenten heeft hij dit jaar opgeleid en hij is van ze gaan houden. De jongste is achttien jaar en de oudste 42. Drie vrouwen, zeven mannen. Ze komen uit Amerika, Engeland, Tanzania, Rusland, Nederland, Turkije, Israel en Iran. Of Perzië zoals Attah zelf steeds lachend zegt. Hij maakt overal een grap van.
George vindt het lastig om een rapport te maken over de resultaten van Attah, want hij heeft nauwelijks resultaten geboekt. Alles wat hij doet is lol maken, feest vieren en de vrouwelijke studenten versieren. Die gingen aanvankelijk op zijn avances in, maar na verloop van tijd gaven ze toch voorrang aan hun studie. Soms verdwijnt Attah voor een paar dagen. George vermoedt dat hij dan naar de hoofdstad is, want als hij weer verschijnt, heeft hij nieuwe kleren aan, cadeaus voor de dames en ruikt hij naar drank. George weet dat hij volgens zijn geloof niet mag drinken en als zijn vader er achter zou komen, zou het waarschijnlijk slecht met hem aflopen.
Toch heeft George een zwak voor hem. Attah doet geen vlieg kwaad en hij heeft een aanstekelijk gevoel voor humor. George gunt hem het certificaat, maar dan zal hij met een overtuigend verslag moeten komen. Dat betekent dat hij moet liegen en dat past niet bij hem. Bovendien wil hij deze positie best met een jaar verlengen, als Jasmijn het ook wil. Hij besluit de volgende dag met Attah te gaan praten.
George en Attah zitten op een bankje achter de barak die dienstdoet als onderzoeksruimte. George legt het probleem direct op tafel. 'Attah, je weet dat ik een verslag moet schrijven om een certificaat voor jou te krijgen. In het verslag moeten de studieresultaten staan. Ik heb onvoldoende resultaten van jou om een volledig verslag te kunnen maken. Toch gun ik jou het certificaat, maar dan zal je me moeten helpen.'
Attah kijkt hem verbaasd aan. 'Professor, doet u geen moeite. Ik heb een fantastische tijd gehad. Eindelijk weg van mijn vader, eindelijk doen waar ik zin in heb. Dat certificaat interesseert me niet zo veel.' George kijkt hem gekwetst aan. 'Nee, begrijp me goed. Ik bedoel dat niet persoonlijk. U bent een geweldige professor. Maar zonder certificaat kom ik er ook wel.'
George probeert het nog een keer: 'Weet je het zeker? Dit instituut staat internationaal hoog aangeschreven. Eerdere studenten zijn op hoge posten terecht gekomen. En wat zou je vader er van vinden als je met lege handen thuiskomt?' Attah zucht: 'Ach, mijn vader. Ik denk dat zijn dagen geteld zijn.' 'Hoezo?', vraagt George geschrokken. 'Is hij ziek?' 'Nee, dat is het niet. Laat maar. Ik kan er niet meer over zeggen. Schrijft u het rapport dat u moet schrijven en houdt geen rekening met mij. Straks komt u nog in de problemen omdat u een niet presterende student er door geloodst hebt.' 'Hmm', antwoordt George. 'Doen hoor, professor. Belooft u dat?' Attah kijkt hem aan. 'Oké', belooft George.
Met gemengde gevoelens keert George terug naar zijn werkkamer. Hij draait een vel papier in de typemachine en tikt het verslag van student Attah Abdallah. Alle positieve woorden die hij kan vinden, gebruikt hij om Attah te omschrijven. De conclusie aan het eind van het verslag luidt: 'Een briljante jongeman, met een zeer positieve levenshouding en een brede interesse. Hij is in staat om in korte tijd veel vrienden te maken en zich zeer geliefd te maken onder zijn medestudenten. Als zij zijn hulp nodig hebben, staat hij onmiddellijk voor ze klaar. Omdat hij meer tijd en aandacht besteedt aan het sociale element van de studie, heeft hij bepaalde onderdelen niet kunnen afronden, zodat hij niet over de volle breedte getest is. Ondergetekende, professor George Hogenduyn, kan daarom geen aanbeveling doen om Attah Abdallah een certificaat uit te reiken. Augustus 1972.'
George stopt het verslag met de verslagen van de andere studenten in een envelop, die hij meegeeft aan de koerier die vanmiddag naar de universiteit in de hoofdstad gaat. Rest hem, George, om de komende weken zijn studenten te begeleiden in het afronden van de laatste onderzoeken en ze te helpen door aanbevelingsbrieven te schrijven voor huidige of toekomstige werkgevers. Het kale advies over Attah blijft aan hem knagen.
George schrikt op van het geluid van de telefoon. Hij is even ingedut, net als de rest van het huis. De tweeling van 2 jaar en zijn dochtertje van 3 maanden oud liggen te slapen. Jasmijn waarschijnlijk ook. Hun gezin is met de komst van de kinderen een druk huishouden geworden en het overkomt hem vaak dat hij op zaterdagmiddag op de bank in slaap valt als de kleintjes en Jasmijn hun middagdutje doen. De telefoon, ja, daar is hij wakker van geworden. Hij staat op en loopt naar de hal waar de telefoon aan de muur hangt.
'Hallo?' Sinds ze in Amerika wonen, neemt hij de telefoon op de Amerikaanse manier op. 'Hallo, professor George?' Een stem wordt omgeven door veel gekraak en geruis. 'Yes. Who is this?' De stem geeft antwoord, maar George kan het niet goed verstaan. 'Hallo?' George hoort alleen nog maar geruis en heel in de verte een stem. Hij wacht en net als hij overweegt om op te hangen, klinkt de stem ineens helder door de telefoon: '… want to thank you. I had such a great time and you have been very helpful. Thanks to you I am the Minister of Natural Resources now. And how are you?'
George heeft geen idee wie hij aan de telefoon heeft. 'I’m sorry, I didn’t get your name. Who is this?' 'It’s Attah. Attah Abdallah!' George is even met stomheid geslagen. 'Attah! You’re minister of Natural Resources in Iran?', vraagt hij. 'Yes, how about that?' 'But, that’s wonderful! I’m so happy for you. Your father must be proud. How is he?' Het is even stil en dan zegt Attah: 'He’s in prison. Because of the revolution.'
In een flits herinnert George de opmerking van Attah destijds: 'de dagen van mijn vader zijn geteld'. George voelt een rilling over zijn rug gaan en de haren op zijn armen staan omhoog. 'Listen, professor. I want to ask you something.' George moet slikken voordat hij iets kan zeggen: 'Yes?' Zijn stem klinkt geknepen. 'In my Iranian Revolutionary Commission of Natural Rescources and Protection I need a brilliant scientist such as you.' Stilte. 'And I would like to offer you a job. You’ll get a house, servants, a huge budget and everything else you and your wife need. It’s a great honor to have you but also a great opportunity for you. What do you say?'
George hoort de laatste woorden niet meer. De hoorn bungelt aan het koord. Het doet hem denken aan de beelden op televisie van mensen die publiek opgehangen worden in het land waar 'a great job' op hem ligt te wachten. Nee dank je, Attah.
Katja Pronk (1958) is geboren in in Amsterdam en woont in Giethoorn met haar man, Siegfried Woldhek. In 1985 woonde ze een half jaar in Miami, Florida en van 1987 tot 1989 in Brussel.
Van 1 juni tot 1 december 2011 heeft ze een sabbatical leave genomen van haar werk als communicatieadviseur/woordvoerder voor het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Overijssel. Schrijven is de reden voor de sabbatical. Het manuscript voor een thriller is klaar en ze is gestart met een tweede manuscript.
Tijdens haar sabbatical houdt ze een blog bij met de titel Sabbatical voor beginners. Het bovenstaande verhaal is gebaseerd op een ware gebeurtenis, maar fictie, aldus Pronk.























George heeft geen idee wie hij aan de telefoon heeft. 'I’m sorry, I didn’t get your name.
Wanneer je alle uitleggerige zinnetjes zou schrappen, evenals de dubbele mededelingen, dan zou je in de buurt komen van een verhaal. Kies je meelezer kritisch en laat het bij voorkeur iemand zijn, die jou niet kent. Misschien werpt je schrijfsabbatical dan meer en betere vruchten af.
Succes.
Nieuwe reactie inzenden