Meer dan de helft van de Marokkaanse jongeren in Rotterdam is in aanraking geweest met de politie, 40% van de Antilliaanse/ Surinaamse, en meer dan een derde van de Turkse.
Criminoloog professor Frank Bovenkerk luidt de noodklok in zijn afscheidsrede. Maar: "Het ligt niét aan de culturele achtergrond".
Schrikbarende cijfers zijn opgedoken over criminaliteit bij diverse etnische groepen jongeren. Wat is er aan de hand? De Utrechtse criminoloog Frank Bovenkerk kwam in zijn afscheidsrede met een andere manier van het berekenen van jeugddelinquentie.
Normaal gaat de meting van criminaliteit op jaarbasis. Bovenkerk nam in zijn berekening alle crimineel gedrag tussen het 18e en 24e levensjaar mee. Dat gaf al een heel ander beeld. Maar bovenal koppelde de professor etnische gegevens aan de criminaliteitscijfers. In Nederland is daar geen wettelijke basis voor, maar de Rotterdamse politie, jeugdzorg en consultatiebureaus doen dat met behulp van een speciale wettelijke constructie sinds 2002 wél.
Schrik om het hart
Die Rotterdamse gegevens gaven Bovenkerk de gelegenheid om somber makende cijfers te presenteren: Ondanks alle pogingen om het tij door middel van integratie te keren, alle multiculturele projecten, buurtvaders en jongerenwerk komt 55% procent van de Marokkaanse jongeren in aanraking met de politie op verdenking van een (ernstig) delict. Dat zelfde geldt voor 40% van de Antilliaans/Surinaamse en 36 procent van de Turkse. Het zijn Rotterdamse gegevens, maar volgens de professor is er geen reden aan te nemen dat het in andere grote steden anders is.
Ondertussen is bijvoorbeeld de MAAPP, een organisatie die Antilianen en Arubanen stimuleert om actief deel te nemen aan de maatschappij, fel tegen de Rotterdamse gewoonte om de etnische herkomst van 'risicojongeren' te registeren. In de woorden van voorzitter Raymond Labad: 'Etnische registratie is al sinds de Tweede Wereldoorlog verboden.' Die verwijzing is misschien wat gekleurd, maar waar het om gaat is de angst voor discriminatie en stigmatisering
Ook in de Rotterdamse politiek is de etnische registratie omstreden. GroenLinks Rotterdam wil er zo snel mogelijk vanaf. Op landelijk niveau heeft bijvoorbeeld de ChristenUnie er grote moeite mee, en minister Van der Laan (Integratie, PvdA) vindt dat er op zijn minst "een principiële discussie gevoerd moet worden verbonden met de grondwet en internationale verdragen".
Het College Bescherming Persoonsgegevens (CPB) onderzoekt nu of de gemeente Rotterdam de wet overtreedt door risicojongeren op basis van hun etnische herkomst te registreren. Het college doet overigens geen mededelingen over het lopende onderzoek
Waardering
Tegelijk zijn er collega criminologen die het werk van Bovenkerk kunnen waarderen. Professor Henk Effers van de Vrije Universiteit in Amsterdam vindt het nuttig om precies te weten waar de 'pijnpunten' zitten. Naar zijn mening heb je de beste kans om iets aan jeugdcriminaliteit te doen als je harde gegevens hebt. Alleen daar kan effectief beleid op gebaseerd zijn. En bovenal vindt hij het belangrijk dat Bovenkerk óók duidelijk aantoont dat 'De Culturele Verklaring' - "Ze zijn nu eenmaal crimineel omdat ze dat van thuis uit meekrijgen"- niet klopt. Er zou onder bepaalde etnische groepen sprake zijn van een dubbel nadeel
"Enerzijds een sociaal economische achterstand, veel Marokkanen en ook veel andere etnische groeperingen hebben het in sociaal economisch opzicht niet zo getroffen.... En het tweede punt is dat de sociale controle in deze groepen veel lager is dan bij de doorsnee bevolking in Nederland."
Het één hangt natuurlijk met het andere samen. Als kinderen de straat op worden gestuurd domweg omdat het huis te klein is, dan valt de sociale controle weg. In dit verband merkt professor Effers fijntjes op dat zijn collega óók boven tafel heeft gekregen dat bijna 20% van de Nederlandse jongeren in aanraking is gekomen met de politie.
'Inkoppen'
De kans bestaat natuurlijk dat de politiek de cijfers van Frank Bovenkerk zal gebruiken. Met dit soort gegevens in de hand is de roep door bijvoorbeeld Geert Wilders om keihard in te grijpen een kwestie van 'inkoppen'. Het zou de - per vandaag - emeritus hoogleraar erg spijten. Bovenkerk heeft duidelijke ideeën over wat volgens hém wel de juiste aanpak van etnisch bepaalde jeugdcriminaliteit zou zijn:
"Ik vind in ieder geval dat de arbeidsmarkt een belangrijke rol speelt. Dat daar zoveel mogelijk als het maar kan jongens ingeschakeld moeten worden. En dan verder is het een kwestie van het stimuleren van sociale beheersing, of sociale controle zoals we dat noemen. In de etnische groepen zélf, maar ook binnen families."
Frank Bovenkerk vindt zelf de door hem bovengehaalde gegevens schokkend. En hij hoopt dat het nog niet te laat is om er iets aan te doen. Hij heeft zijn twijfels.



















Nieuwe reactie inzenden