De buitenlandse correspondenten van Radio Nederland Wereldomroep moeten soms in hachelijke omstandigheden hun werk doen. Sommigen werken in landen waar de persvrijheid zwaar beperkt is. Zo zijn het in de Democratische Republiek Congo niet alleen de staatsautoriteiten die verslaggevers dwarszitten, maar iedereen die ook maar enige macht heeft, vertelt Afrika-correspondent Elles van Gelder.
Vier mannen omsingelen ons op de drukke markt van Kinshasa. ‘Marktpolitie,’ roepen ze. Ze proberen onze camera te stelen. ‘Wij hebben hier de leiding en jullie mogen hier niet filmen.’ Ze duwen mij, en de fotograaf met wie ik werk, een container binnen. Het blijkt een geïmproviseerd bureau te zijn. De baas zit achter zijn bureau. De anderen blokkeren de deur. We kunnen geen kant op.
Worsteling
Vorig jaar meldde de organisatie Journalist in Danger in Congo een moord op een journalist en 42 arrestaties, 57 bedreigingen, 43 gevallen van censuur of beperkingen en 17 gevallen van druk op nieuwe media. De spanning was vooral groot in de aanloop naar de verkiezingen in november.
Wij zijn niet op de markt voor politieke verslaggeving. We maken foto’s om de economische worsteling te illustreren van de Congolezen. Kooplui scheppen waspoeder, zout en suiker in kleine plastic tasjes. De hoeveelheden worden steeds kleiner, omdat de mensen minder te besteden hebben. Je kunt nu zelfs één schepje suiker of een half koekje kopen, als je niet genoeg geld hebt voor een heel.
Ons terrein
We laten de mannen onze accreditatie zien van het ministerie van Informatie. Ze zeggen dat dit hun terrein is en dat de regels hier anders zijn: we moeten betalen. Dat hebben we eerder gehoord. Waar je ook komt, je moet in gevecht met iedereen die denkt wat geld aan je te kunnen verdienen. De media-accreditatie helpt wel. Dreigen de autoriteiten te bellen ook, maar dat kost veel tijd en energie.
Het doet me beseffen dat het niet alleen de greep van de wettelijke autoriteiten is die de vrije nieuwsvoorziening hindert in de DRC, maar de corruptie die in alle geldingen van de maatschappij is ingeworteld. En in andere Afrikaanse landen, zoals Eritrea, Soedan en Somalië is het nog erger. Als je niet betaalt, krijg je geen verhaal. Je mag niet vrij rondlopen en mensen aanspreken.
Onacceptabel
Maar betalen is onacceptabel. Ik geef nooit toe aan die afpersers; ik zorg ervoor dat ze zo veel tijd en energie aan mij kwijt zijn dat ze het opgeven. En ik blijf geïnterviewden vertellen dat ik ze niet kan betalen, omdat anders iedereen me maar wat op de mouw zou spelden, alleen maar voor het geld. Dat is niet eenvoudig, zeker niet op plaatsen waar andere journalisten geweest zijn die wel betalen voor een verhaal.
Vertoon van drama
Een uur gaat voorbij en het wordt nogal warm in de container. De ‘marktpolitie’ blijft om geld vragen. We proberen een oude journalistentruc: we zeggen dat we niet betalen, maar dat ze ons materiaal in beslag mogen nemen. Snel vervangen we de geheugenkaart en met veel vertoon van drama gooien we de lege kaarten op tafel. Maar ze willen natuurlijk gewoon geld; ze beschermen niet de markt, maar hun eigen portemonnees.
Dan pak ik mijn telefoon en doe ik alsof ik een druk gesprek in het Nederlands voer. ‘Met wie praat je?’ ‘Met de Nederlandse ambassade’, bluf ik. ‘Die komen ons helpen.' Dat werkt. De mannen duwen ons snel de container uit. We verlaten de markt, met het verhaal waarvoor we gekomen waren.













Nieuwe reactie inzenden