De term ’samengesteld gezin’ was begin jaren tachtig van de vorige eeuw nog niet in gebruik, maar dat is precies waar het over gaat in deze enigszins teleurstellende nieuwe roman van Dimitri Verhulst. Martine Withofs hoopt na de scheiding van een gewelddadige drinkebroer het geluk te vinden bij de kleinburgerlijke fabrieksarbeider Wannes. Een busreis naar het Zwarte Woud zet de verhouding tussen die geliefde en haar elfjarige zoon Jimmy verder op scherp.
Verhulst is een onvoorspelbaar schrijver; na een (succesvolle) tragikomische roman over z’n jeugd in een asociale omgeving (’De helaasheid der dingen’ 2006), kwam hij zonder probleem met een verstilde vertelling over een eeuwige liefde (’Mevrouw Verona daalt de heuvel af’ 2006), om daarna zijn zwarte kijk op de mensheid te ventileren in een ononderbroken monoloog (’Godverdomse dagen op een godverdomse bol’ 2008, Libris Literatuur Prijs 2009).
In dit boek keert de alwetende verteller terug, terwijl we nu eens de gedachten volgen van Martine en dan weer van Wannes of Jimmy. Voor de inhoud putte hij ongetwijfeld uit eigen ervaring: ook Verhulst werd als jong ventje door zijn moeder op straat gezet. Het vervolg - opgroeien bij zijn immer beschonken vader en ooms- kennen we sinds ‘De helaasheid der dingen’. In tijd gezien is ‘De laatste liefde van mijn moeder’ dus de voorloper van het boek dat Verhulst algehele bekendheid bracht. Maar helaas is deze opvolger/voorloper minder overtuigend.
Weinig diepgang
Deels ligt dat aan de hoofdpersonen. De altijd stiekem chocola-etende Martine heeft niet veel diepgang: al dagdromend bij een soapserie (waarin Falcon Crest te herkennen is) heeft zij zich door een gewelddadig huwelijk heen geslagen. Nu verwacht ze alle heil van de iets jongere, op en top kleinburgerlijke Wannes. Die lijkt zelf nog het meest verbaasd over zijn snelle metamorfose van vrijgezel en maagd naar echtgenoot annex stiefvader.
Drie is teveel
Jimmy is dwarse puber die zijn moeder voor zichzelf wil houden, tot ze hem verraadt door op reis het ideale gezinnetje Impens te willen spelen - hij moet Wannes ‘vader’ gaan noemen-. Drie is teveel, beseft het bijdehante kind, dat dan alles op alles zet om moeders minnaar weg te werken. Hij probeert Wannes dood te zwijgen, hem voor gek te zetten (door geld te stelen als Wannes hem niks wil geven voor een ansichtkaart aan zijn echte vader) maar het heeft allemaal weinig effect. Maar pas een opmerking van Jimmy’s vakantievriendin Héloise zet de zaak op scherp.
Uitgebreide beschrijvingen
Wat verder niet helpt zijn de uitgebreide beschrijvingen van mensen en gebeurtenissen, verdeeld over 34 titelloze hoofdstukjes. Het duurt vele pagina’s voor het Zwarte Woud als reisbestemming wordt gekozen, eerst worden bladzijden lang de geneuten van de Belgische kust opgehemeld. De manier van reizen (per autocar = bus), wat er allemaal wel niet in de koffer zit, de reis met zijn natuurlijk te jolige chauffeur en schlagers van Freddy Breck, de tussenstop bij -nieuw- een heuse McDonalds - regelmatig bekruipt de lezer het gevoel: mag het wat minder. Vooral omdat de toon vaker melig-jolig dan humoristisch is en het conflict dat er toch is bijna nergens schrijnend wordt.
Voorbeelden?
Verhulst zevert eerst anderhalve bladzij over het fenomeen lepeltje-lepeltje, vóór hij aan het onderwerp van dat hoofdstukje toekomt: dat Martine niet met Wannes wil vrijen terwijl Jimmy in dezelfde ruimte te slapen ligt. We lopen negen bladzijden lang in het koekoeksmuseum, voor Martine een opmerking maakt die het verhaal een andere draai geeft.
Fi-lo-soof! Te schande maak jij ons
Mogelijk wil de auteur met die uitgebreide beschrijving van burgermanslol en -jolijt zijn afkeer van het milieu van Martine en Wannes extra aanzetten. Het moet gezegd, en zijn ook veel momenten dat hij daar goed in slaagt. Als Jimmy ten overstaan van iedereen heeft verklaard filosoof te willen worden, krijgt hij ze door Wannes uitgemeten:
‘Meneer kon natuurlijk weer niet normaal doen? Een gewoon beroep was te min voor de baron? Je kunt gedomme met moeite jouw oren deftig wassen maar je wil wel filosoof worden! Fi-lo-soof! Te schande maak jij ons. En je weet het! Je doet het erom! Wat moeten de mensen niet denken. Dat je neerkijkt op je eigen ouders? Dat je niks te maken wilt hebben met een simpele lul die zijn bonen in een autofabriek moet doppen? Met een achterlijke moeder die bromfietszadels maakt in een andere maar al even terneerdrukkende fabriek. (pagina 211)
Ontmoeting
Het boek eindigt niet met de verstoting van Jimmy door zijn moeder en stiefvader: in het laatste hoofdstuk blijkt wacht de 91-jarige filosoof Jim op een ontmoeting met ‘de laatste liefde van zijn moeder’. En hier gebruikt Verhulst juist weer weinig woorden, want over de voorbije tachtig jaar horen we niet veel. Net als over de ontmoeting zelf, want als die begint waar het boek eindigt. En dat is dan wel weer intrigerend.
De laatste liefde van mijn moeder - Dimitri Verhulst, uitgeverij Contact, ISBN 9789025474607, prijs € 19,95
























Nieuwe reactie inzenden