Wie? Tuinarchitect Piet Oudolf (1944, Haarlem)
Grote projecten in het buitenland? Ontwerp van Millenium Park in Chicago, renovatie van The Battery in New York en beplanting van de High Line in New York, Botanische Tuin in Toronto en verscheidene tuinen en parken in Groot-Brittannië, Zweden en Duitsland
Verder? Schreef een aantal boeken over tuinieren (met Noel Kingsbury: Designing with Plants en Planting Design, met Michael King: Designing with Grasses en met Henk Gerritsen: Dreamplants for the Natural Garden, More Dreamplants) Diverse internationale prijzen voor zijn ontwerpen, opgenomen in lijst van 100 meest creatieve zakenmensen van 2009 van het Amerikaanse zakenblad Fast Company Magazine
Piet Oudolf is Nederlands beroemdste tuinarchitect. Over succes, verantwoordelijkheidsgevoel en de schoonheid van planten. ‘Ik heb niks tegen wilde planten, als ze zich maar gedragen.’
In de serie Nederlandse exportsuccessen: Piet Oudolf
‘Ik ben bijna aan de top van mijn carrière en het wordt alleen maar interessanter.’ Tuinarchitect Piet Oudolf (scherpe helderblauwe ogen, grijze lok) is 65, maar peinst er niet over om met pensioen te gaan. Hij praat bedachtzaam, maar is vol overtuiging als het over zijn ideeën gaat. Oudolf is een begrip in de tuinwereld. Zijn naam duikt veelvuldig op in vaktijdschriften, maar ook in kranten als The New York Times of Daily Telegraph. Zelf is hij ook nog wel eens verbaasd over alle aandacht die hij krijgt. Zés pagina’s wijdde de Vogue aan hem.
Emoties
Planten staan centraal bij de tuinontwerpen van Oudolf. Voor hem zit de schoonheid niet in de bloem, maar in heel de structuur en het karakter van een plant. In zijn tuin in het Gelderse Hummelo laat hij zien wat hij bedoelt. Naast pluimig gras staan een paar uitgebloeide planten. Hun zwartgeblakerde kleur steekt scherp af tegen het zachte lichtbruine gras. In de klassieke Engelse tuin, jarenlang het schoolvoorbeeld voor tuiniers, zouden die dode planten allang zijn weggeknipt maar Oudolf vindt ze juist mooi in het geheel passen. ‘Waarom zou je het terugsnoeien als het er nog zo aantrekkelijk uitziet? Als je bepaalde planten bij elkaar zet, dan kan je beelden maken. Net als bij een kunstwerk wil ik dat mijn ontwerpen een emotie oproepen zonder dat het hoeft te worden uitgelegd.’
Dat betekent niet dat hij alles maar laat groeien en bloeien. ‘Ik heb niks tegen wilde planten, als ze zich maar gedragen. Een tuin is geen schilderij dat ik een keer per jaar afstof, het is heel dynamisch. Als ik niks zou doen, dan staan er volgend jaar brandnetels in mijn tuin; dan is het beeld dat ik creëer, heel snel verdwenen. Wat ik maak is geen natuur, al roept het misschien wel dat gevoel op.’ Hij vindt het daarom ook belangrijk te weten wie ‘zijn’ tuinen en parken zal onderhouden. Zijn het amateurs, dan zal hij vooral gebruik maken van sterke planten die wel tegen een stootje kunnen. Voor experts geeft hij alleen ‘regels’ mee voor het onderhoud.
Laatbloeier
Oudolf noemt zichzelf een laatbloeier. Hij begon in het horecabedrijf van zijn familie, maar had er op zijn 26ste genoeg van. ‘In de horeca kon ik niet doen wat ik zelf wilde. Ik had altijd al een fascinatie voor planten en besloot na een moment van bezinning dat ik daarmee wilde doorgaan.’ Na een opleiding tot hovenier startte hij met zijn vrouw Anja een tuinadviesbureau in Haarlem. Het bedrijf werd een succes, maar Oudolf wilde meer. In Hummelo, in de buurt van Arnhem, vond het echtpaar een geschikt stuk grond waar het een kwekerij begon en een tuin aanlegde als ‘showroom’ voor potentiële klanten.
Langzaamaan kwam er ook vanuit het buitenland belangstelling voor de ontwerpen van Oudolf die zo afweken van de gangbare tuinen. In 1996 ontmoette hij op een congres een parkdirecteur uit Zweden die hem vroeg een stadspark bij Stockholm te ontwerpen. Daarna ging het snel. In Engeland werd hij gevraagd voor een aantal grote opdrachten, andere landen volgden.De laatste jaren is Oudolf voornamelijk in de Verenigde Staten aan het werk. Na de prestigieuze opdracht voor een herdenkingstuin bij het 9/11 monument in New York (Gardens of Remembrance), werd hij gevraagd voor een ‘droomproject’: de beplanting van de High Line, een voormalige spoorlijn boven de stad die langzaam wordt getransformeerd tot ruim 2 kilometer lang park. De komende weken zal hij in New York aan het tweede deel van de lijn werken.
‘Hoe komt men bij mij? Dat vraag ik me ook wel eens af. In Engeland zijn mijn ideeën door de tuinwereld opgepakt. Die wereld is klein, maar daarbinnen kennen ze me wel. Ik heb ook veel lezingen gegeven, en er wordt veel over me geschreven. Ik krijg vaak positieve feedback. Negatieve reacties komen voornamelijk van conservatieve mensen en stimuleren me juist om door te gaan met wat ik doe.’ Hij vindt het soms een verademing om in het buitenland te werken. ‘Hier in Nederland word je benaderd door projectontwikkelaars omdat het commercieel interessant is als er ook groen bij hun ontwerpen is. In de Verenigde Staten is veel meer mogelijk omdat men zelf geld bijeen zamelt voor een groenproject. Het gaat daar om de kwaliteit van het groen.’
Druk
Oudolf vertelt aan het einde van het gesprek dat hij een zwaar jaar heeft gehad. Hij heeft hard gewerkt aan een aantal grote internationale opdrachten en is ook met zijn gedachten veel bij zijn projecten. Heeft hij wel de juiste plantensoort gekozen voor die kwetsbare ondergrond? Zullen de planten het wel redden? Eigenlijk heeft hij altijd al een antwoord of een oplossing bedacht nog voordat hem een vraag is gesteld.
Altijd maar dat werk in zijn hoofd, waardoor hij zo weinig tijd en ruimte heeft voor andere dingen. Hij twijfelt niet of hij het allemaal aankan, maar de verantwoordelijkheid voor al die miljoenenprojecten drukt wel op hem. Gelukkig, zegt hij, is zijn vrouw minder zwaar op hand waardoor ze hem kan helpen te relativeren. Hij wil maar zeggen, zijn werk vindt hij geweldig, daar kan hij helemaal in opgaan, maar er zit ook een keerzijde aan die roem.































Nieuwe reactie inzenden