Paulien Cornelisse
Paulien Cornelisse (1976) combineert succesvol een carrière als cabaretschrijfster, cabaretière en columniste, na een studie psychologie. Na ervaring te hebben opgedaan in een cabaretduo (Rots) en bij Comedytrain (stand-up comedy), begon ze in 2005 aan een solocarière. In 2007 werd ze tweede op het Leids Cabaret Festival en in 2010 ontving ze de Neerlans Hoop, die jaarlijks cabaretprijs van de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties. Van haar columnbundel 'Taal is zeg maar echt mijn ding' (2009) werden in een jaar tijd meer dan driehonderdduizend exemplaren verkocht. In 2012 verschijnt haar tweede bundel met taalcolumns 'En dan nog iets'. Tot maart 2012 staat ze in het theater met haar tweede soloprogramma 'Hallo Aarde'.
Een vriendin van mij was naar een spiritueel inspiratieweekend. Als ze erover vertelt ben ik heel jaloers dat ik daar niet heen ben gegaan, want als je daar bent geweest, heb je wat te vertellen. Je kunt volgens mij nog maanden nagenieten van alles wat er gebeurt op een spiritueel inspiratieweekend. Tegelijkertijd dank ik natuurlijk de lieve Heer dat ik niet een heel weekend spirituele inspiratie heb hoeven uitwisselen met een groep totaal vreemden.
Je hebt mensen die absoluut geen probleem hebben met het weekend weg met vreemden. Die vinden het helemaal niet erg dat je ineens met elkaar opgescheept zit, en dat er dan een vrouw is die zich opwerpt als moeder overste, en dingen gaat roepen als: 'Even de corveelijst samenstellen. Afwassen. Wie? Vrijwilligers! Anders ga ik iemand aanwijzen! En aan het eind van het weekeinde doen we gezamenlijk de grote schoonmaak. Als je met z’n allen twee uurtjes flink aanpakt dan is het zo gebeurd.'
Ook is op een weekend altijd iemand die in stilte zit te broeden op iets, maar je weet niet wat. Ik ben wel eens ergens geweest waar een enge masseur aanwezig was. Die zei helemaal niets, hij straalde alleen vage afkeur uit. Toch verdwenen er steeds mensen naar een apart hokje met hem, om gemasseerd te worden.
Verder heb je natuurlijk altijd de te jolige grappenmaker, de verzorgend-begrijpende vrouw, de geile man en het kinderachterige sletjestype, en dat communiceert dan allemaal maar door elkaar heen. Achtenveertig uur.
Het ergste aan een weekend met vreemden is dat je natuurlijk de meeste tijd kwijt bent aan denken: maar welk prototype ben ik dan? Doodvermoeiend.























Nieuwe reactie inzenden