Zou er nog wel eens een ouder zeggen: ‘Dénk erom!’ Op zo’n onheilspellende toon, waardoor het nakroost meteen wist: nu niet één beweging meer, anders zwaait er wat! Ook zo’n uitgestorven uitdrukking, zwaait er wat. Héél brutale kinderen vroegen dan nog wel: ‘Wat zwaait er dan?’ maar die trokken daar meteen een apensnoet bij. Grapje, pap!
Denk erom! was genoeg. Nou vooruit, er kwam enige lichaamstaal bij kijken. De ouderogen moesten erbij op groot en de lippen vooruitgestoken, maar dan volstond het toch. Bij denk erom deed je papa’s pijpenragers pijlsnel terug in hun kokertje.
Het werkte zelfs profylactisch. Als je buiten ging spelen was het: ‘Je dénkt erom, hoor!’ Dan wist je uren later nog dat belletje trekken er niet bij was. Dat was stout.
Stout zijn, het bestaat niet meer. Nu hoor je ouders in winkels wanhopig roepen: ‘Robin! Kom hierrr!’ Waarna je Robin M/V als een lichtstraal door de gangen ziet spuiten. En niet naar de ouder toe. Die een halve minuut later óók door de gangen draaft, achter Robin aan, die zijn voorsprong benut om zo veel mogelijk snoep te bemachtigen in de supermarkt of zo lang mogelijk op de bedden te springen in IKEA.
Kom hier! betekent tegenwoordig: ik wéét dat ik je niet in de hand heb en dat me voor schut gaat zetten, maar doe het in ieder geval waar ik bij ben, zodat ik tenminste meteen aan alle omstanders mijn excuses kan aanbieden: ‘Sorry, Robin is nog wat speels...’























Nieuwe reactie inzenden