Als wij ons figuurlijk uitdrukken, gaat het algauw over water en wegen, over vliegen en het spoor. Nederland is een transportland, daar komt dat door. Of is dat te kort door de bocht?
Iemand die de wind in de zeilen heeft, stoomt ook op de automatische piloot lekker door. Maar iemand die altijd beren op de weg ziet - ik noem maar een dwarsstraat - of te snel op de rem gaat staan, kan niet alle hobbels nemen. Zo iemand raakt wel eens de weg kwijt. Dan gooit hij alle remmen los en kun je hem niet meer volgen. Soms gaat hij helemáál fietsen - dat is een brug te ver. Iemand die de trappers kwijt is, zit in hetzelfde schuitje. Als zo’n brokkenpiloot geen gas terugneemt, krijgt hij zijn leven niet op de rails.
Niet iedereen kan een hoogvlieger zijn, maar er zijn natuurlijk types die de kar prima kunnen trekken. Die trappen het gas vaak flink in. Collega’s varen daar wel bij - als ze elkaar tenminste niet in de wielen rijden. Ze spannen iedereen voor hun karretje, fietsen elk voorstel erin en dan loopt alles als een trein. Maar ook zij kunnen uit de bocht vliegen. Of onder een tram komen. Niemand is onmisbaar: de trein rijdt dóór. Ja, laat dat maar eens even landen!
Op die fiets dus...
Niet al die metaforen zijn even houdbaar. Tien jaar geleden surften mannen stoer op internet, buikje of geen buikje. Maar nu iedere huisvrouw op Hyves de sluizen openzet, is dat een gepasseerd station...






















Nieuwe reactie inzenden