Boven een artikel over de opmars van windenergie stond de kop: ‘Wind kruipt waar hij gaan kan.’ Het was een variant op het spreekwoord ‘Bloed kruipt waar het niet gaan kan’, maar bij het knutselen was het woordje niet verloren gegaan. Gaan betekende ooit lopen (of stromen); als dat niet lukt, wordt het kruipen. Maar dat wist deze koppenmaker niet meer.
Gaan heeft er intussen allerlei betekenissen bij gekregen. ‘Zullen’ bijvoorbeeld: ‘Jij gaat problemen krijgen!’ Of ‘van plan zijn’: ‘Ik ga weer naar school gaan’. Misschien is juist daardoor de concrete kernbetekenis van lopen vervaagd. (Overigens nog niet in Vlaanderen.)
Spreekwoorden zijn hardnekkig, maar op den duur raken ze vergeten. Meestal pas eeuwen nadat de fysieke werkelijkheid waarop ze slaan is verdwenen. Sinds de komst van de magnetron valt er nooit meer roet in ons eten, maar al pratend strooien wij er nog kwistig mee. Hoewel kwekers grossieren in doornloze rozen, blijven wij beweren dat die niet bestaan. En die eerste klap, hoeveel is die nou waard in euro’s?
Van de nieuwe spreekwoorden is de bekendste het Johan Cruijff-citaat ‘elk nadeel heb z’n voordeel’. Door vrouwen nog vaak verkracht tot ‘elk voordeel heeft zijn nadeel, of hoe heet het’. Nog even goed inslijpen die uitdrukking.
We moeten heel wat spreekwoorden van de harde schijf wissen om plaats te maken voor nieuwe. Een nieuwe ronde, nieuwe kansen. Minder is meer! Hoge hakken, echte liefde? Maar de leugen regeert!
Ach, shit happens. En over honderd jaar zijn we allemaal dood.
Tenminste...?













Nieuwe reactie inzenden