‘En dan mag u nu even blazen... En dan mag u daar de auto laten staan. En dan mag u bij mij uw rijbewijs inleveren. En daarna mag u níet meer rijden!’
Zou de politie het uitgevonden hebben, dat irritante gebruik van het woord mogen?
‘En dan mag u het onderlichaam even vrijmaken... Goed zo, dan mag u daar gaan liggen. En nu mag u de knieën even optrekken... zo ja, en dan mag u even aan iets fijns denken terwijl ik dit stuk metaal bij u naar binnen prop!’
Medisch personeel weet er ook raad mee.
Mogen is behoorlijk dwingend eigenlijk.
U mag even gaan zitten - en wachten totdat wij onze lunch op hebben.
U mag uw mond even opendoen - en openhouden terwijl ik met haken en boren tekeerga tussen uw kiezen.
En dan mag u hier even tekenen - dat wij uw veters en uw horloge hebben ingenomen.
Niet alles wat mag is dus fijn. Veel wat mag, moet zelfs eigenlijk. En wat moet is nooit fijn.
Of wel?
‘Moet je kijken, wat een voorgevel!’
‘Moet je hier komen, dan masseer ik je.’
‘Moet je eens bij de Gasterij gaan eten!’
‘Moet je zelf weten.’
Gek: moeten is vaak juist weer mogen. Maar moeten klinkt spannender. Alsof je ertegen in opstand kunt komen.
Bij mogen líjk je een keus te hebben. Maar als ik zeg dat jij iets mag, dan ben ik dus wel mooi de baas. Een strenge meesteres.
Je kunt maar beter iets moeten.






















Nieuwe reactie inzenden