Politici worden graag op hun woord geloofd. Hoe letterlijker, hoe beter voor ze. En daar hebben ze trucjes voor.
'De voortwoekerende fraude bij de Nederlandse Bank moet worden gestopt.'
Daarmee vraagt iemand schijnbaar slechts om maatregelen. Maar intussen noemt hij heel geniepig die fraude een vaststaande zaak. Simpel met het bepaald lidwoord: de fraude waarvan u en ik weten dat hij bestaat. Een lichtflits, de doek wordt weggetrokken, en voilá: fraude bij DNB! Applaus!
Een meester in zulke goochelarij is Geert Wilders. Hij zegt eenvoudigweg: de islamisering van Nederland, met het bepaalde lidwoord dat aangeeft dat die bestaat. Andere politici praten hem na: de islamisering, de islamisering... Plotseling lijkt het alsof op elke straathoek een imam staat te toeteren. Terwijl er in werkelijkheid maar vijf procent moslims zijn, en dat is al jaren stabiel. Er zijn vier keer zoveel protestanten, zes keer zoveel katholieken, en wel acht keer zoveel ongelovigen. Geloven raakt uit - en dat geldt ook voor moslims. Islamisering, waar dan?
Dezelfde meester-goochelaar stelde een belasting voor op het dragen van een hoofddoek en noemde dat kopvoddentaks. Een kwetsende term, want een vod is voor uitschot en een kop hebben spinnen en varkens. Maar het woord werd alom nagekwaakt, zelfs door tegenstanders.
'De kopvoddentaks, die moeten we niet willen.'
De wát?
Dat is meer dan goochelen, dat is bégoochelen. En waar stopt het? Voor je het weet spreken die animal cops van hem over de schoonheid van een varkensgezichtje...
Het volgende kabinet mag van mij investeren in spraakwakers.
volg Lydia Rood op twitter













Nieuwe reactie inzenden