Ik ben verslaafd aan het digitale televisiekanaal Geschiedenis 24, dat ook via internet te zien is en veel afleveringen van Andere Tijden uitzendt. Een oude aflevering van Andere Tijden is geschiedenis van de geschiedenis - smullen! Maar wat me soms onherroepelijk afleidt van de inhoud, is het gesproken Nederlands.
Ik heb lang gemeend dat ik zelf een gemiddeld soort Nederlands sprak, niet honderd procent Algemeen Beschaafd, niet bekakt, niet echt Goois maar ook geen regionaal dialect. Tot een leraar me op een reünie op mijn Gelderse school vertelde dat mijn IJ in de Randstad zo aai-achtig was gaan klinken. Dat was lang vóór ons taalgebruik de diagnose ‘Poldernederlands’ aan de broek had gekregen. Ik moet dus een van de eerste ABN-sprekers zijn geweest die niet meer in staat bleken de IJ fatsoenlijk uit te spreken.
Ook al wist ik als oosterling best dat de IJ van de ie-klank afstamt en dus niet immuun is voor de tand des tijds, toch schaamde ik me toen.
Maar als ik nu op de beeeldbeus beeveugbeeeeld de heer Beeeel heur spreeeken, of minister-president Coowleen... dan vind ik ze bespottelijk! Doe je mond eens open! denk ik dan. Het hoeft toch allemaal niet door zo’n benepen spleetje geperst te worden? Heb je soms stiekem een kersenbonbon achter de kaken? En dat dunne L-letje! Lalletje roowzenwaeter!
Moeten we nu echt terugverlangen naar dát soort net Nederlands? Nee toch!
En daarmeeee, geachte luijsteraers, laet ik u ooowver aan de verpooowzing die raediooow u pleeegt te bieden.























Nieuwe reactie inzenden