In een stuk over de kabinetsformatie lees ik de zin: ‘We zetten de volgtijdelijkheid op sterk water.’ Opgetekend uit de mond van informateur Rosenthal. Ik snap die zin niet, maar er zijn tenminste drie mensen die dat wel doen: Rosenthal, de verslaggever en de bureauredacteur. Het moet dus aan mij liggen.
Ik neem de context nog eens mee: informateur Rosenthal verwacht dat ministers niet pas aan het eind van de rit worden gezocht. De volgtijdelijkheid gaat op sterk water. Eh... ja? Wat betekent volgtijdelijkheid?!
Het woord bestaat echt. In een ‘onderwijslexicon’ op internet lees ik: ‘De volgtijdelijkheid betreft de volgorde waarin men zich kan inschrijven voor opleidingsonderdelen in functie van het gevolgd hebben van, c.q. geslaagd zijn voor één of meerdere andere opleidingsonderdelen.’Zou Rosenthal dat bedoeld hebben? Nee toch.
Van Dale noemt alleen volgtijdelijk, en verklaart dat met ‘sequentieel’, wat dan weer ‘opeenvolgend’ betekent. Volgtijdelijkheid zou dan betekenen: opeenvolgendheid. Fijn. De opeenvolgendheid (van het sluiten van een regeerakkoord en het zoeken van ministers zeker) gaat op sterk water. Op sterk water?
Dat betekent: iets doods conserveren. Dus de informateurs gaan de opeenvolgendheid van het formeren conserveren. Op een schap zetten om nog een tijdje naar te kijken tot het wel erg gaat stinken?
Hoor eens, jargon is leuk, maar we moeten er wel wat mee kunnen nog. Dan heb ik eigenlijk liever dat ze naar buiten komen met zo’n grijns en zeggen: ‘Het was een heel goed gesprek.’ Dan weet ik ook niks, maar dan kan ik tenminste slapen.






















Mark Rutte heeft het woord 'volgtijdelijkheid' vandaag weer gebruikt bij zijn uitleg over het bezoek van koningin Beatrix aan Oman. Volgens mij zei hij ongeveer dat de volgtijdelijkheid wat ongelukkig was.
Nieuwe reactie inzenden