Hoe ze het noemen, is eigenlijk irrelevant, want het zet je hoe dan ook in je blote gat: het apparaat dat zorgt dat niemand in het vliegtuig stapt met een ontplofbare onderbroek. Toch woedt er in Nederland een verbeten strijd om de benaming. Noem je zo’n ding nou een bodyscanner, of een bodyscan?
NRC Handelsblad, de Volkskrant, Intermediair, de Telegraaf, Trouw, Reformatorisch Dagblad, de Groene Amsterdammer kiezen voor scanner. Logisch, zou je zeggen. Een scanner scant, resultaat: een scan. Op die scan zie je wat de gescande in zijn onderbroek draagt. Duidelijk.
Duidelijk? Niks duidelijk. Want De Pers, het Parool, de Telegraaf - hé, weer de Telegraaf? - de Weekkrant, Trouw - hé, weer Trouw? - de NOS, RTL en tal van websites kiezen voor scan. Nederland heeft bodyscans aangekocht. Bodyscans om bodyscans mee te maken... Taal is nooit logisch geweest, dus waarom nu beginnen?
Bodyscanner of bodyscan, het is allebei natuurlijk quasi-Engels, want dat aan elkaar plakken van body en scan(ner) doen we weer helemaal op z’n Nederlands. En scannen vind je ook niet in de Oxford Dictionary. Maar scanning is een moeilijk vertaalbaar woord. Het betekent snel en vluchtig doorkijken, of juist systematisch afzoeken. Zo’n scanapparaat doet dat eigenlijk allebei tegelijk. Knap van die Engelsen, om daar één woord voor te vinden.
Hoewel... kunnen wij dat niet ook? U kunt kiezen tussen de volgende woorden:
- scanner, scan
- doorkijker, doorkijkje
- snuffelaar, snuffelweergave
- afzoekpoort, afzoekplaatje
- visiteur, visitatiebeeld
Stem mee!
Of kan het simpeler? Zo’n ding is toch gewoon een automatische hond?













Nieuwe reactie inzenden