Achter me in de bus komen twee jonge meiden zitten. Ze kletsen.
‘Dan merk ik in bed dat hij voor zichzelf is begonnen. Als ik daar wat van zeg, zegt-ie: ja, jij doet toch niks. Nou, dan hoeft het voor mij niet meer.’
Dit bezinkt.
‘Maar’, vraagt de vriendin, ‘jullie hébben toch wel seks?’
‘Jawel, maar ik kan alleen seks hebben als ik in de stemming ben.’
‘Ja, als je seks hebt moet het voor allebei leuk zijn.’
‘Dus hebben we bijna nooit seks eigenlijk.’
Ik keek eens in de ruit. Ik bén toch een oud wijf? Mocht ik die intimiteiten zomaar horen?
Tenminste - was het wel zo intiem? Door die uitdrukking ‘seks hebben’, werd het flink ont-persoonlijkt. Seks hebben is waarschijnlijk net zoiets als een milkshake wegslurpen. Er zijn lekkere en vieze milkshakes - ja, en?
Ik begon erop te letten. Ook jongens van twaalf hebben het nuchtertjes over ‘seks hebben’. In de klas, waar de juf bij is. En ik hoorde een jochie van zeven bij de Cevitam zingen: ‘Ik zag twee heksen samen seksen, o het was een wonder...’
Dát dus nog wel.
Maar mijn dochter en de dochters van een vriendin hebben het met ons over vrijen. Passen die meiden hun taalgebruik aan terwille van ons? Wij, softies, stammen uit het verdoezeltijdperk, toen pappie en mammie eens per week héél veel van elkaar hielden. Voor óns verlagen ze zich tot dat boterzachte eufemisme. Vrijen - het hof maken immers?
Maar hún seks mag die naam hebben.
Getver.

















Nieuwe reactie inzenden