Lydia Rood
'Duizendpoot' Lydia Rood (1957) studeerde Spaans en journalistiek en schreef kleuter-, kinder- en jeugdboeken, toneelstukken, filmbewerkingen en leesboekjes voor de basisschool. Daarnaast schrijft ze thrillers voor volwassenen (samen met broer Niels), romans en erotische verhalen.
Ze is verzot op taal en maakt daar sinds 2008 elke week een column over bij RNW; eerst op het weblog Klare Taal en tegenwoordig in het dossier Klare Taal Extra (op de website) en in de Wereldkrant. Eens in de veertien dagen is ze ook te horen in het radioprogramma Klare Taal.
Mijn opa’s en oma’s reden in een oto; auto op z’n Frans. Wisten ze dat het woord uit het Grieks komt? Auto(mobiel) is afgeleid van autos, dat zelf betekent, en de Grieken spraken dat niet uit als oo maar als auw. Mijn grootouders kenden geen Grieks. Maar ze waren net ontwikkeld genoeg om Frans te hebben geleerd. Ze zeiden oto uit sjiekigheid.
Mijn ouders hadden wel Grieks gehad. Maar die keken weer neer op mensen met een wagen...
Taalgebruik verraadt iemands ontwikkeling.
Veel mensen hadden liever medicijnen gestudeerd. Dan hadden ze nu een abonnement gehad op Arts en Auto. Maar artsen zelf zeggen dat ze geneeskunde hebben gedaan. Net zoals filosofen geen filosofie maar wijsbegeerte hebben gestudeerd. Boeren rijden niet op een tractor, maar gewoon op een trekker. Als je er dagelijks mee te maken hebt, hoef je er niet chic over te doen.
Mensen die spreken over hun 'studententijd' hebben zelden een academische titel. Wie zijn studie heeft afgemaakt, zegt ‘toen ik studeerde’, of ‘in mijn studietijd’.
Iemands taalgebruik verraadt zijn karakter.
Esther Gerritsen houdt van frikandellen, schrijft ze in een column. Niet van frikadellen. Ze weet best dat zonder N nét iets netter klinkt. Maar mensen die frika-dellen zeggen, weet Esther, éten ze niet. Die eten kroketten.
Met Kerstmis in de supermarkt en op menukaarten gaat het over foie gras. Daar lijkt het lekkerder door. Maar mensen die het echt eten, en de chef-kok van de Librije, spreken van ganzenlever.
Zo kun je dus zelfs iemands ingewanden horen.













Naar mijn idee is er wel degelijk verschil tussen frikandel en frikadel. Frikandel is het woord dat mijn ouders gebruikten voor de gehaktbal. Een frikadel is meer een ronde langwerpige, gefrituurde snack die voor een groot deel uit (naar ik gehoord heb)slachtafval bestaat; meer een worstachtige snack.
Nieuwe reactie inzenden