Reclame hobbelt meestal achter feiten aan. Pas twintig jaar nadat de eerste negers in het Nederlandse straatbeeld opdoken, verschenen er donkere gezichten in reclamebeelden. Vrouwen in mantelpakjes met laptops op billboards zijn nieuw - en meestal hebben reclamewijfies nog gewoon sexy ondergoed aan.
Zo hoort het ook. Eerst de werkelijkheid, dan de karikatuur - en niet andersom graag. Ik kon er nog wel om lachen dat een populaire radiomaker in een verzekeringsreclame beweerde dat het onmogelijke woord zwitserlevengevoel intussen in Van Dale staat. Haha, leuk verzonnen van dat bureau.
Maar het is echt waar! Net zoals er eind vorige eeuw mensen waren die om de haverklap ‘foutje, bedankt’ riepen omdat ze Rijk de Gooijer in de Reaal-filmpjes wel snapten, zijn er kennelijk ook mensen die de slogan van Zwitserleven serieus gebruiken.
Wat zijn dat getverderrie voor mensen? Waarschijnlijk dezelfden die met shirtjes van Heineken aan rondlopen. Dumbo’s verkleed als bierflesje, snobs met ‘Heineken stimulates the mind better than Heidegger’ op de vettietjes. Allemaal idioten die reclame maken zonder zich ervoor te laten betalen.
Wat me er vooral aan irriteert, is dat er klaarblijkelijk zo weinig echte moleculen meer in ons leven zitten. Ik bedoel kolenstof en roet, melkzuur en zweet, bijl- en bijtwondenbloed. Mijn televisie toont zinderend die radiovent op een nepstrand met een laptop waarop een ander nepstrand te zien is. En dan gebruikt hij dat nepwoord. Het ruikt nergens naar - of jawel: het ruikt naar warm plastic.
Nog even, dan zijn we allemaal van pixels. Noem het de zwitserdood.
Meer columns van Lydia Rood en Paulien Cornelisse staan op het weblog over Taal en Boeken, Klare Taal.
Foto: Mark Sassen
























Nieuwe reactie inzenden