Als je net aan een nieuwe taal wordt blootgesteld, bijvoorbeeld doordat je in een ander land bent gaan wonen, is het eerst één onbegrijpelijke brij.
Dan klinkt Zweeds als nuhulielekieleknekkebreut en Arabisch als gakkende ganzen. Maar na een tijdje gebeurt het wonderlijke. Dan leer je woordgrenzen onderscheiden. Om een Nederlands voorbeeld te nemen: dan hoor je niet meer alsgoetsjef en ook niet alle sgoe tsjef maar onderscheid je alles, goed en chef als aparte woorden. Dat is het begin; vanaf dat moment pik je flarden van de taal op.
Een grote steun daarbij zijn woorden die in veel talen hetzelfde zijn. Een zeer wijdverbreid woord is tomaten; ik denk dat alleen de Chinezen dat woord niet hebben overgenomen, maar die doen dan ook geen tomaten in hun eten. Woorden die bedacht zijn voor recente uitvindingen - computer, blender. Of woorden die van het Latijn zijn afgeleid: internationaal, of school. Handig zijn ook de exportartikelen die de wereld hebben veroverd, zoals thee, koffie, chocola, hasjies, mafia, euro en jihad.
Ik noem zulke grensoverschrijdende woorden voor het gemak ‘tomaten’. Eerst helpen die tomaten je bij het leren van de woordgrenzen. Daarna kun je tomaten gebruiken voor het vaststellen van het onderwerp van gesprek. Als je het woord jihad opvangt, weet je in ieder geval dat het níet over het nieuwe kapsel van de buurvrouw gaat.
De taal van het land niet kunnen verstaan maakt je dom. Je hebt een paar tomaten opgevangen en denkt te weten waarover het gaat. Vervolgens probeer je alles wat je hoort krampachtig in die context te dwingen. Je lijdt aan kokervisie. En dan gaat het ineens over blauwe tomaten. Huh?
Waarom duikt het woord bandiet op in één zin met ‘mijn dochter’? Is ze soms gekidnapt? Blauwe tomaten zijn een teken dat er iets mis is met je interpretatie. Gauw herinterpreteren voordat je een bok schiet.
‘Uw dochter is toch niet ontvoerd?’
‘Nou, ze is wél verloofd.’
‘Met een mafioso?’
‘Nee, hij doet in pleisters.’























Nieuwe reactie inzenden