Voor het eerst terug in haar vaderland, Afghanistan. Sahar Jahish (25) was vijf toen ze het land ontvluchtte. Deze maand zijn er verkiezingen. Sahar keert terug en doet regelmatig verslag van haar bijzondere reis.
"Mijn reis is eigenlijk al in Nederland begonnen. Naarmate de dagen verstrijken vind ik het steeds spannender worden. Twintig jaar is heel lang om je vaderland niet gezien te hebben.
Ik ben opgegroeid met het idee dat mijn land moeilijk te bezoeken is. Maar na de val van de Taliban in 2001 durft mijn volk langzaamaan naar het vaderland af te reizen. Sindsdien is het bij mij gaan kriebelen.
Toen ik in maart afstudeerde als journalist nam ik het besluit: het is nu of nooit. Ik heb de stoute schoenen aangetrokken en een ticket geboekt naar Afghanistan.
Ik was vijf jaar toen ik samen met mijn ouders mijn vaderland verliet en via een omweg in Nederland terecht kwam. Het merendeel van mijn leven heb ik in het buitenland doorgebracht. Een duidelijke definitie van een Afghaan heb ik ook niet: Wat maakt een Afghaan een Afghaan?
Niet eerder heb ik hier echt over nagedacht. Maar nu ik terugga naar mijn roots, moet ik wel weten wat mijn achtergrond is. En zo weet ik inmiddels dat ik door zowel de Nederlandse als de Afghaanse cultuur beïnvloed ben.
Toch weet ik niet wat ik van mijn reis moet verwachten. En ik ben ook bang.
In de eerste plaats ben ik bang dat mensen mij afwijzen. Misschien zien ze mij niet als een Afghaan, omdat ik in Europa woon en een Nederlands paspoort heb. Misschien voelen zij zich superieur omdat zij, ondanks alle ellende, nooit het vaderland hebben verlaten. Maar een Afghaan in Afghanistan zal nooit weten welke moeilijkheden ik heb ondervonden als asielzoeker en vluchteling. Ik moest steeds opnieuw beginnen, steeds nieuwe vrienden maken, een nieuwe taal leren en leven in een onbekende maatschappij. Maar goed, dat terzijde.
Ik ben ook bang dat ik geen feeling heb met mijn land. Misschien voel ik me er niet thuis of botst mijn Nederlandse kant met de normen en waarden in Afghanistan. En dan heb ik het nog niet gehad over de positie van vrouwen, daar.
Ik denk zoveel na dat ik er hoofdpijn van krijg. Tot ik op een gegeven moment besluit niet meer verder na te denken en dingen maar gewoon over me heen te laten komen.
Dan breekt de grote dag aan. Ik voel me gespannen. Voor het eerst ga ik zo'n lange afstand alleen afleggen. Nog steeds realiseer ik me niet dat ik terugga naar mijn vaderland. Zelfs op het vliegveld in Kabul ontbreekt dat gevoel. Pas als ik in de auto zit en door de straten van de stad rijd, weet ik dat ik terug ben.
Ondanks dat stukken in puin liggen, lijkt het precies zoals ik het twintig jaar geleden als kind heb ervaren; een bruisende stad. De kleine winkeltjes langs de straat, het chaotische verkeer, de bedelaars en de doordringende blikken van mannen.
Maar als ik voor de eerste keer naar centrum van Kabul ga, weet ik niet wat ik meemaak. Ik voel me zo bekeken en weet niet waarom. Ik heb mijn kleding aangepast aan de 'dresscode' in Afghanistan: een shalwar kameez, met een heel grote hoofddoek. Volgens mijn vader - die de komende maand mijn gids is - kunnen deze mensen op de een of ander manier zien dat ik uit het buitenland kom. Ik kan dat niet geloven: Afghaanser dan dit kan ik er niet uitzien!
Ik heb een paar vrouwen gevraagd hoe het komt dat mannen hier zo 'smerig' zijn. Volgens hen zijn vrouwen lang binnen gehouden en zijn mannen niet gewend aan vrouwen op straat. Ik kan er met mijn verstand niet bij.
Het klinkt misschien raar, maar nu ik dit heb meegemaakt begrijp ik waarom Afghaanse vrouwen een burka dragen. Zelfs ik heb overwogen om er een te gaan dragen, maar ik doe het niet. Hoe lang moeten vrouwen zich verschuilen achter sluiers, omdat de hoofden van mannen op hol slaan bij de aanblik van een vrouw?
Maar dan iets anders: Al deze 'smerige' mannen zijn stuk voor stuk adonissen. Nog nooit heb ik zulke mooie ogen gezien. Sommige zijn helder groen en andere weer felblauw. Van meters afstand vallen ze op.
Maar nu wat mij het meeste opvalt. Twee jongens die hand in hand lopen. Ik vind het heel vreemd. "Homo's in Afghanistan?" vraag ik me af. Mijn vader zegt dat het geen homo's zijn. Hij zegt dat goede vrienden hier hand in hand lopen.
Maar meisjes heb ik zo niet zien lopen, of een jongen en een meisje. Ik vind het raar. Volgens mij zijn het gewoon stiekem homo's, en dat in een streng land als Afghanistan."



















Nieuwe reactie inzenden