De Nederlandse Raad voor het Landelijk Gebied (RLG) wil meer aandacht voor de natuur in het staatkundige vernieuwingsproces. De koraalriffen, nevelwouden en andere Caribische natuur vallen onder Nederlandse verantwoordelijkheid vanaf het moment dat de BES-eilanden: Bonaire, Sint Eustatius en Saba bijzondere Nederlandse gemeenten worden. Voor Nederland betekent dit een forse toename van de natuur in kwaliteit en de biodiversiteit.
Bij de onderhandelingen over de toetreding is aandacht besteed aan veiligheid, onderwijs, volksgezondheid en financiën, maar volgens de RLG te weinig aan natuur. Met het advies 'Koraalriffen in Nederland' aan de minister van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) signaleert de Raad voor het Landelijk Gebied (RLG) de noodzaak om de grotere politieke verantwoordelijkheden tijdig op te pakken.
Unieke soorten
De Nederlandse biodiversiteit zal door de toetreding van de BES-eilanden toenemen van ongeveer 40.000 soorten tot ongeveer 50.000 soorten. Daaronder zijn 200 soorten uniek op wereldschaal en meer dan 100 soorten staan op de CITES lijst (Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora) van bedreigde soorten. De Caribische koraalriffen en nevelwouden verschijnen naast duinen, heide en de akkerranden als belangrijk landschap van Nederland.
Bestuurlijke verantwoordelijkheid
Hoewel de bestuurlijke verantwoordelijkheid vooral bij het plaatselijke bestuur van de eilanden ligt, maakt de RLG zich zorgen over de toekomst van de natuur op de eilanden. Er zouden te weinig middelen en visie voorhanden zijn voor zowel de korte als langere termijn. De verantwoordelijkheid daarvoor zou liggen bij de minister van LNV en de staatssecretaris van Koninkrijksrelaties. Plaatsvervangend secretaris Bas van Leeuwen: "De Antilliaanse overheid doet nu al vanalles. Zo is het Bonaire Marine National Park een van de best beheerde mariene parken ter wereld. We willen niet dat dit in gevaar komt bij de overgang van de BES-eilanden naar Nederland."
Task Force BES-Natuur
De RLG adviseert daarom om voor het lange termijn perspectief een tijdelijke Task Force BES-Natuur in te stellen. Ook adviseert de raad een samenwerkingsovereenkomst tussen de vier toekomstige landen van het koninkrijk (Nederland, Curaçao, Sint Maarten en Aruba) om waar mogelijk samen op te trekken. "Het voorzetten van het huidige beleid is daarbij het uitgangspunt", aldus Van Leeuwen. Onderzocht moet worden of de eilanden wellicht ook gebruik kunnen maken van Europese subsidie- en onderzoeksgelden.




























Nieuwe reactie inzenden