De oppositie op Bonaire is een procedure gestart om de vier gedeputeerden van het UPB te dwingen af te treden. De gedeputeerden hebben geen ontslag ingediend, terwijl er eind mei een motie van wantrouwen tegen hen werd aangenomen in de Eilandsraad.
Oppositieleider Jopie Abraham heeft daarom inmiddels een ‘vervalverklaring’ ingediend, die gedwongen vertrek van de UPB-gedeputeerden mogelijk moet maken: “Dat is een wettelijke regeling. Onze fractie en Anthony Nicolaas, dus de meerderheid van de Eilandsraad, heeft vier moties ingediend om de gedeputeerden te ontzetten uit hun betrekking.” Nicolaas maakte zich eind mei los van de UPB en gaat nu verder gaat als onafhankelijk lid.
Als de gedeputeerden weigeren ontslag te nemen, kunnen ze - twee weken nadat het vertrouwen in hen is opgezegd - uit hun functie worden gezet, aldus Abraham. Hij vindt het vreemd dat ze nog niet zijn opgestapt: “Als de Eilandsraad vaststelt dat een gedeputeerde geen vertrouwen meer bezit, verwacht je dat hij zijn ontslag indient.” Hij hoopt dat geen belangrijke besluiten zullen worden genomen, totdat de bestuurscrisis ten einde is.
Jongeren een kans
Ramonsito Booi, leider van regeringspartij UPB, heeft de hoop op een goede afloop nog niet verloren. Hij vindt dat jongeren binnen zijn partij een kans moeten krijgen de zaak op te lossen: “De jongeren hebben gevraagd of ze met Anthony Nicolaas mogen praten. Als het hen voor 4 juni niet lukt om verandering te brengen in de situatie, neem ik als leider de teugels in handen en bepalen we onze strategie tot de vervallenverklaring.”
Motie
De belangrijkste reden voor de motie die leidde tot de bestuurscrisis op Bonaire is de roep in de Eilandsraad om een referendum over het proces van staatkundige verandering. Het Bestuurscollege heeft meerdere keren laten weten geen nieuw referendum uit te willen schrijven. Een tweede reden voor het gebrek aan vertrouwen is de erfpachtrechtkwestie. Uit een rapport van de Algemene Rekenkamer Nederlandse Antillen dat onlangs openbaar werd, blijkt bij het uitgeven van erfpachtgrond sprake te zijn geweest van 'vriendjespolitiek en bevoorrechting'.




























Nieuwe reactie inzenden