Het land Nederlandse Antillen wordt uiterlijk in oktober 2010 opgeheven. Dat hebben Nederland, de Antilliaanse regering en de eilanden afgesproken tijdens een politiek topoverleg op Curaçao. Bij het volgende topoverleg in september wordt de definitieve datum vastgesteld. Tot die tijd gaat een commissie onderzoeken wat er nog moet gebeuren.
Premier De Jong Elhage van de Nederlandse Antillen is zeer tevreden met het bereikte resultaat en roemt de “coöperatieve en begripvolle” houding van staatssecretaris Ank Bijleveld. De stuurgroep heeft een commissie in het leven geroepen om alle obstakels tot oktober 2010 te inventariseren en daarover advies uit te brengen.
Zo zal worden gekeken naar de Antilliaanse statenverkiezingen, die uiterlijk 26 maart 2010 zouden moeten worden gehouden, maar waar volgens De Jong Elhage “niemand op zit te wachten” omdat alle toekomstige landen binnen het koninkrijk naar eigen verkiezingen toe willen werken. Gezocht wordt naar mogelijkheden voor een overbrugginsperiode van maart tot oktober 2010.
Transitie van personeel
Saba en St. Eustatius zetten hun handtekening onder transitie-afspraken voor de eilandsambtenaren. Staatssecretaris Bijleveld van Koninkrijksrelaties betreurt dat het nieuw bestuur van Bonaire die afspraken eerst nog eens goed onder de loep wil nemen. “Het gaat vooral over overheidspersoneel, dat er veel waarde aan hecht dat dingen snel worden geregeld. Maar we zorgen zo spoedig mogelijk voor overdracht.”
Bijleveld wil dat de commissie de waarborgen zo ruim mogelijk maakt, zodat er alternatieve oplossingen zijn wanneer kwalificaties niet tijdig worden gehaald. Over de positie van Sint Maarten, dat veel kritiek uit Den Haag krijgt, hield de staatssecretaris zich op de vlakte. “Naar beide nieuwe landen (Curaçao en Sint Maarten, red.) wordt apart gekeken of aan alles is voldaan. Criteria moeten worden getoetst maar alternatieve maatregelen blijven mogelijk.”
Geen ervaring
Gedeputeerde Marlin van Constitutionele Zaken op Sint Maarten beklaagde zich over de wijze waarop partijen in Den Haag de toekomstige status van het eiland weer ter discussie stellen. “Dat zaken nog niet op orde zijn is een andere zaak. Dat we geen land zouden mogen of kunnen worden is nooit ter tafel gekomen.” Marlin wijst daarbij op een verschil in ‘ervaring’ met Curaçao.
“Curaçao heeft altijd twee bestuurslagen gehad, daarom kan het van de ene minuut op de andere de tent sluiten en land worden”, aldus de gedeputeerde. “Zelfs met een overschot aan mensen. Maar Sint Maarten en de BES hebben nooit de ervaring van land opgedaan.” Door dependences van landsdiensten, die op Curaçao al actief zijn, te openen moeten ambtenaren van Sint Maarten de gelegenheid krijgen op landsnivo mee te draaien. Nederland zal daarbij helpen in de vorm van mankracht en financiële middelen. Eind juli wordt duidelijk waaruit de steun precies zal bestaan.



































Nieuwe reactie inzenden