Meer dan een etmaal later schijnt de zon op Curaçao zoals gewoonlijk. Maar veel mensen zijn bezig met een ongewone taak: het opnemen van de schade die de tropische storm Tomas heeft veroorzaakt, het opruimen van puin en afvoeren van water. Was er eerst angst en machteloosheid, nu is er over het algemeen berusting en acceptatie.
Sommigen zoeken tussen de restanten naar nog bruikbare zaken anderen maken een lijst van wat beschadigd is en bereiden - indien verzekerd – een claim voor om in te dienen bij de verzekeringsmaatschappij. Wie waterschade heeft opgelopen door de tropische storm Tomas, moet dat snel melden bij zijn verzekeraar. Vergoedingen kunnen binnen enkele weken worden uitgekeerd.
Commercieel directeur Marten O’Niel van verzekeraar Fatum: “Bij waterschade zie je goed wat er is gebeurd en waar. De achtergrond en oorzaak van de claim geldt normaliter voor een hele buurt – het zou raar zijn als in een hele straat of wijk slechts één woning waterschade claimt. Foto’s zijn daarom dus niet noodzakelijk, maar wel behulpzaam.”
Fatum houdt rekening met een totaal claimbedrag van minstens twee miljoen gulden. De verzekeraar baseert zich op de omvang van de ondergelopen gebieden en het aantal woningen dat bij Fatum is verzekerd tegen schade door regen of overstroming.
Onheil van buiten
Niet alleen schade aan woningen zal worden geclaimd, ook waterschade aan auto’s. “Onze inspecteurs bepalen wat de reparatiekosten zijn voor zo’n auto. Als deze hoger zijn dan de restwaarde van de auto, verklaren we deze total loss en krijgt de eigenaar die resterende marktwaarde uitgekeerd, anders krijgt men het bedrag voor de reparatie”, licht O’Niel toe. Men moet wel verzekerd zijn tegen ‘van buiten komend onheil’ en niet alleen maar tegen schade door derden.
Zelfs het wegtakelen van auto’s kan in de vergoeding vallen – al geldt hier wel een maximumbedrag voor. Dat iemand, zoals in de media rondging, achthonderd gulden heeft betaald om zijn auto uit het water te laten halen, vindt O’Niel buitensporig.
Brand in tanks
De Isla-raffinaderij schat de schade aan zijn tanks bij de Curaçao Oil Terminal op tien miljoen dollar. Door verschillende blikseminslagen ontstonden tijdens het noodweer drie branden in de tanks. Bij de eerste brand moest olie uit de tank worden gepompt om erger te voorkomen. De enige tank die hiervoor geschikt was, bevatte olie van het type Mesa. De olie uit de brandende tank was van het type Lagomar – een hogere kwaliteit dan Mesa.
Isla-woordvoerder Kenneth Gijsbertha: “Dit betekent dat we nu een mengsel hebben dat niet de Lagomar-kwaliteit heeft. Een verlies van 4,5 miljoen dollar.” Met de reparatie en onderhoud van alle beschadigde tanks is nog eens 4,5 miljoen dollar gemoeid.
“Net als bij een woning die waterschade oploopt, moeten ook hier bepaalde zaken worden vervangen terwijl andere kunnen worden gerepareerd”, stelt Gijsbertha, “inclusief alle bijkomende onkosten en man-uren zit je dan al gauw op tien miljoen dollar.”




















Nieuwe reactie inzenden