De Russische premier Poetin en zijn Poolse ambtgenoot Tusk wonen woensdag een herdenkingsceremonie bij van het bloedbad in Katyn. Het is de eerste keer dat de regeringsleiders van beide landen bij de historische beladen herdenking zijn.
In de Russische plaats Katyn werden in het voorjaar van 1940 naar schatting 22.000 gevangengenomen Polen gedood en in een massagraf begraven. Dat gebeurde aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, toen de toenmalige Sovjet-Unie nog aan de zijde vocht van nazi-Duitsland. De slachtoffers van het bloedbad waren Polen uit de intellectuele en economische bovenlaag. De Sovjets hadden ze gearresteerd om invoering van het communisme in Polen makkelijker te maken.
In 1943 werd het massagraf bij Katyn gevonden door Duitse militairen. De ontdekking werd breed uitgemeten door de Duitse oorlogspropaganda. De Sovjet-Unie had zich inmiddels bij de geallieerden aangesloten, en de vondst van het massagraf leidde tot een ernstige crisis in de betrekkingen met de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. Moskou ontkende betrokkenheid bij het bloedbad, en hield dat standpunt vol tot het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, begin jaren negentig.
























Nieuwe reactie inzenden