Bijna de helft van de bewoners van de Nederlandse Antillen (40 procent) is positief over de opheffing van het land. Dat blijkt uit een enquête die de Wereldomroep heeft laten uitvoeren. Een kwart is negatief en de rest is neutraal of heeft geen mening. Negen van de tien mensen wil ook na 10-10-10 op de hoogte blijven van ‘nieuws en ontwikkelingen op de andere eilanden’.
De banden met de andere eilanden zijn vooral van belang door de familierelaties die er bestaan. Hoe kleiner het eiland hoe belangrijker men het vindt te weten wat er op de andere eilanden gebeurt.
Opmerkelijk is dat op de Bovenwindse eilanden - Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba - ongeveer de helft denkt dat het onderlinge contact er juist op vooruit zal gaan. Op de Benedenwindse eilanden Bonaire en Curaçao is dat iets meer dan eenderde van de respondenten. Een minderheid (21 procent) vreest dat het onderlinge contact achteruit zal gaan.
Nedelandse steun
Op de kleinste eilanden Sint Eustatius en Saba denkt iedereen dat de steun van Nederland nodig blijft. Op de andere eilanden is die overtuiging minder aanwezig. Opvallend is hierbij dat op Bonaire, dat door de status van bijzondere gemeente nauwer betrokken zal raken bij Nederland, een bovengemiddeld percentage (12 procent) een verhouding met Nederland ‘niet belangrijk’ of ‘totaal onbelangrijk’ vindt.
Nog een opmerkelijk resultaat is dat 62 procent van de ondervraagden op Curaçao en Sint Maarten de Antilliaanse gulden liever inruilen voor de Amerikaanse dollar dan voor een Caribische gulden.
Beter of slechter
Op de vraag wat er zal verbeteren na 10-10-'10 noemen de respondenten overheidsfinanciën, gezondheidszorg, onderwijs, werkgelegenheid en het overheidsfunctioneren. Maar overheidsfunctioneren en belastingen worden ook genoemd als zaken die er waarschijnlijk slechter op zullen worden. Door de bank genomen gaat men er vanuit dat belastingtarieven – inclusief die op luchthavens – zullen worden verhoogd.
Men denkt ook dat politieke benoemingen en corruptie voortaan minder zullen voorkomen. Op het gebied van criminaliteit zijn er evenveel mensen die vooruitgang verwachten (33 procent) als er mensen zijn die achteruitgang verwachten (33,3 procent). Sint Maarten ziet in dit kader de toekomst het somberst in met een percentage van 60 procent dat toename in criminaliteit verwacht. 66 procent van de Sabanen verwacht daarentegen afname in criminaliteit.
Steun nodig
De RNW-enquête legde de respondenten ook drie stellingen voor. 60 Procent kan zich vinden in de bewering: ‘Ik ben tevreden met de nieuwe situatie op mijn eiland’. Ruim driekwart onderschrijft de formulering: ‘We hebben de steun van Nederland nodig’. Op Saba en Sint Eustatius zijn zelfs alle respondenten het hiermee eens.
Onafhankelijkheid lijkt nog ver weg. Bijna de helft verwerpt de derde stelling ‘Op termijn moet mijn eiland helemaal onafhankelijk worden van Nederland’, terwijl eenderde het daar wél mee eens is.
Nieuw Willemstad
Nederland stationeert zijn ambtenaren ten behoeve van de drie nieuwe, bijzondere gemeenten voornamelijk op Bonaire, Daarom vroegen we de respondenten op Saba en Sint Eustatius of zij denken dat zij met ‘een nieuw Willemstad, genaamd Kralendijk’, te maken zullen krijgen. Ruim de helft vreest van wel.
Aan Bonairiaanse respondenten werd gevraagd of zij meer Europese Nederlanders op hun eiland verwachten na 10-10-’10 en of zij dit als positief zouden ervaren. Driekwart verwacht een toevloed van Europese Nederlanders. De meningen daarover zijn verdeeld: een derde maakt dit niets uit, een kwart vindt het positief en ongeveer een derde vindt zo’n ontwikkeling negatief.
De enquête
Radio Nederland Wereldomroep ondervoeg ruim 700 respondenten op de vijf Antilliaanse eilanden. Van elke vijf ondervraagden waren twee mannen en drie vrouwen. Het waren allemaal volwassenenen met relatief veel veertig- en vijftigplussers en een lichte oververtegenwoordiging van zestigplussers. De hoogste, afgeronde opleiding was Mavo (37,5 procent), MBO (19,3 procent) of HBO (15,8 procent). Een kwart van de respondenten is op één van de vijf eilanden geboren; naast de Nederlandse nationaliteit kwamen minstens acht andere nationaliteiten in de steekproef voor.
































Nieuwe reactie inzenden