Arubaanse jongeren gaan massaal naar de stembus. Dat bleek uit een discussie in een klas van de Arubaanse avond-havo. Maar vaak begrijpen ze de politiek niet. Vooral de grote partijen kibbelen voortdurend en beschuldigen elkaar van diefstal, zodat ze niet meer weten wie liegt en wie niet. Bij hun partijkeuze letten ze vooral op hun eigen belang.
Een aantal stemt traditioneel op de partij van hun ouders. Ze zeggen vanaf hun jeugd in die partij te zijn opgegroeid. De meesten maken toch zelf hun keuze. Daarbij laten ze zich leiden door wat ze zien bij discussieprogramma’s op de televisie. Ook lezen ze gretig de folders van de partijen. Slechts een enkeling gooit de flyer ongelezen weg van een partij die ze niet mogen.
Carnavalesk
De carnavaleske sfeer bij de verkiezingsstrijd vinden jongeren wel prettig. Maar ze keuren het af als autoparades uitlopen op scheld- en vechtpartijen. Partijgangers zouden meer respect voor elkaar moeten opbrengen.
Nu wordt de politiek vooral beheerst door twee grote politieke partijen. De jongeren juichen de komst van meer partijen toe. Dat voorkomt dat een partij alleenheerser is en kan doen en laten wat ze wil. Nieuwe partijen brengen nieuwe ideeën en dat vinden jongeren interessant.
Geen politieke ambities
Bijna niemand wil zelf later de politiek ingaan. De enkelingen die dat misschien wel willen, noemen het goede salaris, het goede pensioen en het brengen van verandering als motivatie. Wel noemt iedereen een onderwerp als er wordt gevraagd wat zij zouden doen, als ze de macht hadden: zorgen dat er meer partijen in de regering zitten, de salarissen en pensioenen van politici verlagen, onmogelijk maken dat iemand zonder scholing een politieke baan krijgt, zorgen voor een betere infrastructuur, de leerplicht invoeren en criminelen strenger bestraffen.
Jongeren zijn tevreden met hun leven op Aruba. Als ze het niet waren, zouden ze naar Nederland gaan. Ze vinden de autonomie van hun eiland belangrijk. Die kan niet zomaar veranderen, want dan moet er eerst een referendum komen. “De autonomie is niet van politici, maar van de bevolking,” zegt er eentje. “Maar politici kunnen je wel brainwashen,” werpt een ander tegen. Een derde zegt: “Elke partij heeft propaganda’s. Die moet je niet geloven. Je moet geloven wat je hersenen zeggen.” En daar is iedereen het mee eens.
Ondanks de sympathie voor kleine partijen zeggen 11 van de 17 deelnemers aan de discussie op een van de twee grote partijen te gaan stemmen. Dat percentage is wat lager dan bij de vorige verkiezingen.
Luister naar het verslag van Jos de Roo.




















Nieuwe reactie inzenden