De geschiedenis van de politie op de Antillen kan absoluut niet saai worden genoemd. Uit een grondige studie van Aart Broek staat beschreven hoe de eilandelijke politiekorpsen zijn omgegaan met moeilijke maatschappelijke ontwikkelingen. En met Nederland.
De geschiedenis van de politie op de Nederlands-Caribische eilanden, 1839-2010; Geboeid door macht en onmacht is vrijdag 9 december gepresenteerd in Den Haag. De ministers Piet Hein Donner (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) en Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie) namen de eerste exemplaren in ontvangst.
Verschillende gedaantes
De politieorganisatie op de Antillen heeft in haar bestaan als het ware verschillende gedaantes aangenomen. In 1839 begon het als de Brigade Koloniale Marechaussee, daarna als onder meer Veldwacht en Korps Militaire Politietroepen. Tot de helft van de twintigste eeuw had het korps een vrij militaristisch karakter. Van een hoge mate van professionaliteit was geen sprake.
Ingrijpende gebeurtenissen
In chronologische volgorde beschrijft Broek de maatschappelijke ontwikkelingen waarmee de politie te maken heeft gehad. Grote gebeurtenissen zoals de afschaffing van de slavernij, revoltes in Venezuela, de komst van raffinaderijen op Curaçao en Aruba en de Tweede Wereldoorlog komen voorbij en missen hun invloed op het politieapparaat niet.
Komst burgerpolitie
Professioneel ging het stukken beter toen de eilanden (als Nederlandse Antillen) een autonome status kregen binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Bovendien betekende dit ook de komst van een burgerpolitie.
Het Korps Nederlandse Antillen kreeg met de ene na de andere grote gebeurtenis te maken. Te denken valt aan de revolte van mei 1969, de eilandoverschrijdende criminaliteit, de anti-Nederlandse sentimenten en de status aparte van Aruba.
Niet repressief
Het politiebeleid heeft in de afgelopen anderhalve eeuw nooit een exclusief repressief karakter gekend, zegt Broek. De politie handelde genuanceerd. Als je kijkt naar de afschaffing van de slavernij en de grote armoede rond 1900, zie je dat de politie niet voor een 'primair repressieve benadering' heeft gekozen. Terwijl deze gebeurtenissen in potentie 'criminogene factoren van bijzondere orde waren', aldus Broek.
Antillianisering problematisch
Dat het politieapparaat nog altijd niet louter uit lokale krachten bestaat, wijt Broek aan verschillende factoren. Hij merkt op dat de antillianisering van het korps ‘onveranderd problematisch’ is gebleven. Dit heeft te maken met de kleinschaligheid, stelt Broek. Volgens hem is het niet een probleem dat alleen speelt bij de politie, maar ook in andere beroepsvelden zoals het onderwijs en de zorg.
Imago politie
Hij gaat een stapje verder door zich af te vragen of het ook niet komt door het aanzien en de identiteit van het politieapparaat. In de hoofden van de lokale bevolking bestaat vaak nog het beeld dat de politie een instrument is van de koloniale machthebbers die niet alleen moet beschermen, maar er ook is om te onderdrukken.
Toch wil Broek niet stellen dat de eilandelijke bevolking ‘Nederlands en blank’ meteen associeert met koloniale onderdrukking. Dit ondanks de invloed van antikoloniale en antiblanke bewegingen. Voor deze koppeling (Nederlands en koloniale onderdrukking) heeft Broek geen bewijs gevonden, ook niet voor het politiewezen.
Relatie Nederland
Het moge duidelijk zijn: op allerlei manieren zijn de verschillende politiekorpsen afhankelijk van Nederland. Maar van een Nederlandse almacht is geen sprake, stelt Broek. Aan de andere kant zie je volgens de onderzoeker, dat na 1954 (start postkoloniale tijdperk) het nieuwe ‘inheemse gezag’ ook niet bij machte was om een politiewezen te ontwikkelen dat tot ieders tevredenheid functioneerde.
Afronding project politiegeschiedenis
De studie van Broek is gelijktijdig met die over de Surinaamse politiegeschiedenis gepresenteerd. Ellen Klinkers nam dat deel voor haar rekening. Met deze beide publicaties is een lijvig onderzoeksprogramma naar de geschiedenis van de Nederlandse politie afgerond. Verschillende Nederlandse instanties hebben aan het project meegewerkt, dat werd geleid door Cyrille Fijnaut. Gert Oostindie was als supervisor betrokken bij de studies naar de politie in Suriname en op de Antillen.





























Nieuwe reactie inzenden