De Nederlandse Kamerleden hebben nog de nodige vraagtekens over de inhoud van de Wet Financieel toezicht. De financiële status van de toekomstige landen Curaçao en Sint Maarten wordt de komende jaren in de gaten gehouden door het College Financieel Toezicht (Cft). Staatssecretaris Ank Bijleveld benadrukte tijdens het wetgevingsoverleg van 12 april dat het toezicht pas stopt als 'structureel voldaan wordt aan de gestelde eisen'.
In de Wet op het Financieel Toezicht staat dat er minimaal vijf jaar toezicht blijft. Dit kan bovendien nog verlengd met steeds maximaal drie jaar als dit nodig is. Bijleveld merkte op dat het daarna cruciaal is om te blijven voldoen aan de eisen in de wet, zodat toezicht ook echt niet nodig blijft. GroenLinks-Kamerlid Ineke van Gent wees er op dat nog onvoldoende duidelijk is hoe dit gecontroleerd gaat worden. Afspraak is volgens haar immers afspraak van beide kanten.
CDA-Kamerlid Bas Jan van Bochove bepleit dat Nederland tijdig ingelicht wordt als gesproken gaat worden over het stopzetten van het financiële toezicht. Hij wil bovendien dat er meer dan een Koninklijk Besluit (hij wil namelijk een rijkswet, red.) nodig is om dit te regelen. Maar Bijleveld vind dit niet nodig. ChristenUnie-Kamerlid Cynthia Ortega-Martijn bepleitte het afschaffen van het toezicht per 2016.
Volgens de Nederlandse regering zijn al duidelijke verbeteringen merkbaar sinds het Cft in 2008 startte met het toezicht op de eilanden. Hoewel het toezicht voorlopig blijft bestaan zijn de afzonderlijke landen straks zelf verantwoordelijk voor het opstellen en uitvoeren van hun begroting. Ingrijpen door de Koninkrijksregering kan pas als er in strijd met de wet wordt gehandeld.


































Nieuwe reactie inzenden