Procentenstrijd
Rosaria mengt zich niet in de procentenstrijd tussen Scoop-Constancia en de importeurs. De minister eist dat de importeurs drie importlijsten – een Amerikaanse, een Nederlandse en een Curaçaose – naast elkaar leggen om telkens het goedkoopste medicijn te importeren. Met dit beleid van ‘het goedkoopste geneesmiddel van de drie dure lijsten’ komt de winstmarge van de importeurs naar verluit hoogstens op 20 procent uit.
Volgens de importeurs hebben zij een mark up van minstens 25 procent nodig om rond te komen.
“Ik ben geen voorstander van overheden die particuliere bedrijven binnenwalsen om winstbeleid op te leggen. Dat beleid kan in buurlanden populair zijn maar het past niet bij onze markteconomie.”
Volgens Rosaria dient de regering de belangen van alle betrokkenen – en zeker van de burgers die geneesmiddelen van goede kwaliteit binnen bereik moeten hebben – het beste door op basis van de Merkenlandsverordening parallelle import mogelijk te maken.
“De beste strategie voor lage prijzen is gezonde concurrentie. Dit geldt ook voor geneesmiddelen”, vindt oud-staatssecretaris van Financiën Alex Rosaria. De politieke leider van de buitenparlementaire partij Pais is daarom voorstander van het opengooien van de lokale medicijnimportmarkt.
“Hetzelfde medicijn van dezelfde fabrikant kan heel verschillend kosten afhankelijk van waar je het haalt”, merkt Rosaria op. De fabrikanten van veel merkproducten – niet alleen van merkmedicijnen – letten op het Bruto Nationaal Product (BNP) van een land om te bepalen wat hun product daar mag kosten. Medicijnimporteurs en Gezondheidsminister Jacinta Scoop-Constancia (MFK) argumenteren dan ook dat ‘omdat het BNP van Curaçao relatief hoog is, fabrikanten dure import afdwingen’.
Merkenlandsverordening
Rosaria kent dit argument en verwerpt het. “Deze beperking van importkeuze houdt verband met het 'Landsbesluit houdende algemene maatregelen' (‘Lb ham’), maar Curaçao moet gebruik maken van de 'Merkenlandsverordening'. Die is van een hogere orde dan een 'Lb ham' en stelt dat wij ‘wereldwijde uitputting’ mogen nastreven bij het importeren van merkproducten.”
‘Tot aan uitputting toe wereldwijd zoeken naar alternatieven’, houdt in dat als medicijn X bij import uit het ene land bijvoorbeeld een gulden per tablet kost maar uit een ander land vijftig cent per tablet, dat de lokale importeur met de fabrikant in het goedkopere land in zee mag gaan. “Dat is nou juist het voordeel van parallelle import voor de consument”, geeft Rosaria aan. Hij kan zich herinneren hoe een lokale drankenimporteur niet zo lang geleden tevergeefs een rechtszaak aanspande tegen een lokale groothandel die precies dezelfde whisky goedkoper importeerde en verkocht.
‘Overbodige monopolies’
“Als alle mechanismen, dus ook die voor de controle tegen mogelijke prijsafspraken, op orde zijn, moeten forse besparingen in de pharmaceutische sfeer haalbaar zijn als wij parallele import toepassen in plaats van de huidige monopoliepositie van de gevestigde medicijnimporteurs te handhaven. Het moet mij van het hart dat ik fel tegen álle overbodige monopolies ben – niet alleen in de medicijnewereld maar ook in onze zeehaven of met benzinestationhouders”, benadrukt Rosaria.




















Er zijn grote twijfels bij menigeen of deze opstelling van goedkopere medicatie wel juist is. Zo kreeg iemand een vervangend tablet met dezelfde werkende basisstof. Gevolgen: psychose van ernstige aard en nog steeds van de kaart.
Een moeder vertelt over haar zoon: hij kreeg een naamloos tablet met dezelfde basisstoffen. Ook die zoon draaide compleet door.
Dat heet gedwongen betalen en bezuinigen.
Terwijl de "Zorg" onbetaalbaar wordt in een tijd van armoe.
De vrijwilligers bij de Voedselbanken staan graag te woord.
Kortom: geloof niet alles wat men u op de mouw spelt.
Wees vooral alert op de medicatie welke op uw hersenen werken...
Nieuwe reactie inzenden